Geschiedenis van het brailleschrift
1. Eerst methode: Valentin Haüy
Hij had een drukmethode ontworpen waarbij men zwaar papier drukte tegen een speciale, brede, loden gietvorm om letters in reliëf te maken, dat zijn letters die boven de oppervlakte van het papier uitstaken en die men zo met de vingers kan voelen. De boeken waren groot en onhandig. Elke bladzijde werd gemaakt door twee stukken papier aan mekaar te kleven zodat de reliëfletters op iedere zijde van het papier kwamen te staan. Hij was ook de stichter van de eerste blindenschool. Het grote nadeel ervan was dat het lezen heel traag verliep omdat men iedere letter helemaal moest betasten met de vingertoppen en die onthouden terwijl je met de volgende letter bezig was. Uiteindelijk moest je alle opeenvolgende letters onthouden tot het volledige woord gelezen was. Maar meestal was je dan de eerste letters reeds vergeten.
2. Tweede methode: Kapitein Barbier
Hij gebruikte geen afzonderlijke letters om woorden te spellen maar drukte volledige klanken uit door middel van groepen punten en strepen. Hij noemde dat sonografie. De punten verwezen naar een rooster van zes horizontale en zes verticale regels, waarin Barbier klanken plaatste. De punten gaven de positie aan van iedere klank in het rooster: Je moest het aantal punten in de eerste kolom tellen om de juiste verticale regel te vinden, daarna in de tweede kolom om de juiste horizontale regel te vinden. Het was veel gemakkelijker deze vormen te onderscheiden dan grote reliëfletters. Met dit systeem kon men niet alleen lezen maar ook schrijven. Barbier had een erg handige apparatuur voor het schrijven ontwikkeld. Het gereedschap was eenvoudig: het bestond uit een liniaal die over de volledige lengte zeven ondiepe gleuven had. Om te "schrijven" moest je het papier op de liniaal leggen. Op het papier was een klem aangebracht die langs het liniaal schoof. In deze glijdende klem zaten venstertjes, waardoor de schrijver de punten nauwkeurig en precies op hun plaats op het papier kon zetten, met behulp van de gleuven van de liniaal. Punten en strepen werden gemaakt met een smal, puntig instrument dat een brede ronde hendel had: een stift. Je moest die alleen naar beneden duwen en de punten in het zware papier prikken, zodat je bobbels op de achterkant vormde. De schrijver bewoog van rechts naar links over het papier, zodat men aan de achterzijde van links naar rechts kon lezen. Nadelen van Barbier systeem: om te beginnen kon je er niet lees meer over Geschiedenis van het brailleschrift




