Wie snurkt?
Snurken komt voor op alle leeftijden en neemt toe met de leeftijd. Het aantal snurkende mensen op oudere leeftijd is groter, en deze mensen snurken in de regel ook harder. Dit komt doordat het slijmvlies van de keelholte bij het ouder worden dikker wordt ten gevolge van ophoping van vetweefsel. De doorsnee van de luchtweg wordt hierdoor kleiner. Bovendien worden slijmvliezen, net als de huid, op oudere leeftijd slapper zodat zij makkelijker kunnen gaan trillen. Onder kinderen snurkt ongeveer één op de tien kinderen. Onder volwassenen is dit bij mannen ongeveer één op de vijf en bij vrouwen ongeveer één op tien. Meestal ontstaat snurken tussen het dertigste en veertigste levensjaar.
Tegengaan snurken
In het verleden zijn vele methoden ontwikkeld om snurken tegen te gaan, bijvoorbeeld:
- Kinbanden om de mond gesloten te houden. Dit zorgt ervoor dat je niet snurkt maar fijn slapen lukt ook niet meer
- Spreiders om de neus open te houden. Deze zorgen voor meer ruimte bij je neusvleugels, maar het is geen prettig gevoel en het helpt ook niet omdat het probleem niet in je neus, maar in je keel of gehemelte zit
- Elektrische apparaatjes die een stroomstootje geven als het snurken begint. Stroomstootjes gedurende het slapen zegt reeds genoeg, je slaapt onrustig en slecht
- Op maat gemaakte beugels om mond en tong in een bepaalde positie te houden. Deze zijn duur en oncomfortabel waardoor ze niet voor een goede nachtrust zorgen
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




