Eén op de tien werknemers in Nederland voelt zich opgebrand
Zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Opgebrandheid, ofwel burnout, wordt gedefinieerd als een "werk gerelateerde psychische uitputtingstoestand die behalve door vermoeidheid en energieverlies gekenmerkt wordt door mentale distantie en een negatieve perceptie van de eigen competentie". In een onderzoek naar de indicaties van burnout heeft het CBS werknemers gevraagd naar hun emotionele uitputting. Van vijf kenmerken hiervan werd gekeken hoe dikwijls deze voorkwamen. Afhankelijk van de incidentie werd per vraag een score toegekend, die loopt van 0 (nooit) tot 6 (dagelijks). Als de som van alle scores hoger is dan 2,2 is sprake van een serieus geval van burnout. Burnout komt vooral voor in zogeheten contactuele beroepen, waar werknemers dikwijls contact hebben met bvb klanten, patiënten of leerlingen. Het overzicht naar het voorkomen van burnout per sector laat zien dat vooral werknemers in het onderwijs en de horeca dikwijls opgebrand zijn. De risicofactoren voor burnout zijn: hoge werkdruk, slechte werksfeer, beperkte controlemogelijkheden (zoals beslissen over vrije dagen en pauzes) en lage beloning.
Wat bij het onderzoek niet specifiek is onderzocht, maar wel uit onze ervaringen naar voren komt
De negatieve effecten op personen, die zelf traumatische ervaringen hebben gehad of bvb kinderen zijn van ouders die zijn geconfronteerd met:
- verdrongen emotionele "familliegeheimen", als het niet verwerkt hebben van tarumatische ervaringen als oorlogservaringen, onverwerkte rouw, gebrouilleerde famillieleden, vergeten famillieleden.
Bovenstaande voorbeelden hebben dikwijls als gevolg dat die ouders hun kinderen onbedoeld een zware lading meegeven, waardoor kinderen een overlevingsstrategie hebben gekozen (perfectionisme, gedrevenheid, gejaagdheid, emotioneel geen contact kunnen maken, waardoor bvb workoholisme kan ontstaan. Op latere leeftijd breekt dit hen op
- nadat signalen heel lang zijn genegeerd, of
- dat men niet in staat was die signalen, die er wel waren, te kunnen voelen
Een verklaring vanuit het verklaringsmodel van het lichaam als vuilnisvat
We hebben door ervaring vastgesteld dat alle onverwerkte ervaringen opgeslagen worden in een reservoir dat grotendeels onbewust is. Dit reservoir is te vergelijken met de prullenbak van een computer, waar alles in gedumpt wordt wat storend werkt en niet gebruikt kan worden. Daar waar bij een computer de de prullenbak af en toe geleegd wordt of dat wij de computer schonen van virussen en andere storende fouten maken mensen dikwijls de fout bij ons menselijk systeem deze afvalbak nooit op te schonen. Als dit reservoir steeds voller raakt, wordt het menselijk systeem instabiel en gevoelig voor ziekte. Dit reservoir van onbewuste en onverwerkte ervaringen wordt ook wel het pijnlichaam genoemd. Ieder mens heeft een pijnlichaam dat sluimerend op de bodem van het onderbewuste ligt. Dit latente pijnlichaam kan actief worden door schokkende ervaringen, als ruzies, relatieproblemen, ontslag, het sterven van een geliefde, een verhuizing of alle andere ervaringen die min of meer stressvol zijn. Zo’n lees meer over Eén op de tien werknemers in Nederland voelt zich opgebrand



