Goed zitten in een rolstoel: een must!
Goed zitten in een rolstoel
Een rolstoel is een stoel op wielen. Een stoel is bedoeld om te rusten, om steun en comfort te vinden. Wielen zijn gemaakt voor verplaatsing, voor beweging. Een rolstoel is daardoor een combinatie van twee tegenstrijdige dingen: zitten en voortbewegen. Passiviteit, rusten en zitten vragen andere eigenschappen van een stoel dan actief zijn, bewegen en verplaatsen. In de huidige ADL-rolstoelen (voor activiteiten van het iedere dag leven) wordt geprobeerd deze eigenschappen te combineren. Het is heel belangrijk om goed te denken over de eisen waaraan een rolstoel moet voldoen. Natuurlijk moet de rolstoel goed passen. Niet-rolstoelgebruikers zijn ook niet tevreden met het eerste paar schoenen dat zij in een winkel twee tellen passen om over de keuze van stoel of bankstel nog maar te zwijgen. En wie heeft er in de huiskamer maar één stoel staan en in de kast maar één paar schoenen waar men 5(!) jaar mee moet doen? Bij de keuze van de rolstoel zijn o.a. de volgende zaken belangrijk:
- hoeveel uur per dag gebruikt men de rolstoel?
- welke activiteiten onderneemt men?
- welke fysieke mogelijkheden heeft de gebruiker?
- wordt er voornamelijk binnenshuis of buitenshuis mee gereden?
- hoe vinden transfers plaats?
- moet de rolstoel meegenomen worden in een auto, in een busje?
Ieder mens heeft individuele maten en gebruikerseisen dus een standaard stoel kan niet bestaan! Waar let men op?
- zitdiepte: afhankelijk van de lengte van de bovenbenen
- zithoogte: afhankelijk van de lengte van de onderbenen
- rugleuning: hoogte afhankelijk van de handicap en de mogelijkheid om rechtop te zitten
- plaats van de wielen: beïnvloedt het rijgedrag
- de maat en de soort van grote en kleine wieltjes: afhankelijk van het gebruik (binnens- of buitenshuis)
Daarnaast zijn er nog allerlei details: de vorm van de voetsteunen (wegklapbaar, deelbaar, vast), kledingschotjes of armleuningen, kiepwieltjes of ‘transitwieltjes’ en niet te vergeten kleur en uitvoering! Het is belangrijk dat de rolstoel genoeg mogelijkheden geeft om actief te zijn, maar de gebruiker moet ook de mogelijkheid hebben om te ontspannen. Let daarom bij het zitten op de volgende punten:
- Ga goed achterin de rolstoel zitten.
- Zorg dat er weinig ruimte overblijft aan de zijkant.
- Zijwaarts verschuiven en scheefzakken is dan niet mogelijk.
- Beweging van het bovenlichaam wordt direct vertaald in een beweging van de stoel (geen energieverlies!)
- Het argument ‘denk aan de winterjas’ is dikwijls onterecht, het aantal uren dat men echt met winterjas en reeds in de rolstoel zit staat dikwijls niet in verhouding tot de vele uren waarin goed stabiel zitten het voornaamste is!
- Een tweede argument voor een bredere rolstoel: ‘wie zit wordt dik’ gaat eveneens lang niet altijd op.
- Controleer of er een vuistbreedte (5-10 cm.) ruimte is tussen onderbenen en de voorkant van het kussen.
- Is de ruimte te klein, dan ontstaat afknelling.
- Is de ruimte te groot, dan hebben de benen onvoldoende steun.
- Voel of het bekken en de lage rug genoeg steun hebben.
- Zorg dat het bekken goed rechtop staat.
- Achterover kantelen veroorzaakt onderuit glijden.
- Voorover kantelen geeft mogelijkheid op afknellen in de liezen en is belastend voor de onderrug.
- Als het bekken goed gefixeerd is, kan men zowel gemakkelijk bewegen als genoeg rust vinden!
- Pas als dat mogelijk is de vorm/spanning van de rugleuning aan.



