De trigger finger of knipmesvinger
Anatomie
Aan de bovenkant van de vingers lopen de pezen waarmee wij ze kunnen strekken, en aan de onderkant de pezen waarmee wij ze buigen. Op sommige plekken lopen dwars op de lengterichting (dus van links naar rechts) stevige banden onder, over of om de vingers. Deze banden houden de pezen op hun plaats. (Ter vergelijking: er lopen soortgelijke banden aan alle twee kanten van de pols. Eén van deze banden wordt doorgesneden gedurende een operatie voor CTS.) Tijdens het bewegen van de vingers worden de pezen de volledige tijd heen en weer getrokken. Er treedt nogal wat wrijving op tussen de pezen en hun omgeving, vooral als de pees over een gebogen gewricht wordt getrokken, of langs een van de zojuist genoemde banden. In de vingers lopen de pezen daarom grotendeels door peesschedes. Het is hetzelfde idee als de versnellingskabel van een fiets, die door een geolied omhulsel beweegt en daardoor minder slijt.
Wat gaat er mis?
Door de voortdurende wrijving die bv. gedurende typen optreedt, kan er schade ontstaan aan pezen of peesschede. Op zijn minst leidt dat zwelling. Het is mij niet helemaal duidelijk of er altijd ontstekingsverschijnselen een rol spelen, maar ik denk van niet. Als vezels van pezen kapot gaan, kan er zich op de plek van de rafels een knobbel op de pees gaan vormen. (De knobbel kan ook op de peesschede ontstaan, maar dat schijnt minder dikwijls voor te komen.) De verdikking of knobbel beweegt met de pees mee gedurende het buigen en strekken. In de gebogen stand kan de knobbel dan aan de ene kant van een band om de vinger zitten, in de gestrekte stand aan de andere kant. De verdikking kan echter nauwelijks nog onder de band door, en daarom heeft de vinger de neiging in de gebogen stand te blijven staan. Je moet kracht uitoefenen om de verdikking terug te laten schieten, en dikwijls hoor je daarbij ook een (klikkend?) geluid. Het probleem schijnt het vaakst op lees meer over De trigger finger of knipmesvinger



