RSI klachten veroorzaakt door zenuwproblemen: TOS
Thoracic outlet (compression) syndrome is een van de vormen van RSI, maar is zelf ook weer een verzamelnaam voor een aantal problemen (tussen haakjes Engelse namen):
- scalenussyndroom (scalene anticus syndrome)
- costoclaviculair syndroom (clavicocostal syndrome of costoclavicular syndrome)
- halsribsyndroom (cervical rib syndrome)
- pectoralisminor- of hyperabductiesyndroom (pectoralis minor syndrome of hyperabduction syndrome)
- (cervicodorsal outlet syndrome)
Heel kort door de bocht komen alle varianten van TOS ongeveer op hetzelfde neer: de bundel zenuwen en/of bloedvaten die vanuit de schouder richting arm vertrekt, is in de buurt van de schouder bekneld. De varianten verschillen in
- waar de beknelling optreedt
- wat de oorzaak is van de beknelling
Verder moet je onderscheid maken tussen het bekneld zijn van zenuwen of bloedvaten. De symptomen zijn duidelijk verschillend.
Anatomie
Het bovenste deel van de wervelkolom, de nek, bestaat uit 7 nekwervels. Daaronder komen de borstwervels. De 1e rib zit ongeveer ter hoogte van de 1e borstwervel, en loopt van het borstbeen (aan de voorkant) naar de 1e borstwervel (aan de achterkant). Vanaf de zijkanten van de bovenste nekwervels lopen 2 scalenus spieren naar de 1e rib. Tussen de aanhechting van de 2 spieren aan de rib is een kleine ruimte, ongeveer in de vorm van een driehoek. Een van mijn boeken beschouwt dit als de thoracic outlet (thorax=borst, outlet=uitlaat), maar ik geloof dat niet alle experts het daarmee eens zijn. De thoracic outlet wordt tegenwoordig ook thoracic inlet genoemd. Vanuit de zijkant van de onderste 4 nekwervels en de bovenste borstwervel komen de zenuwen die samen de plexus brachialis (armzenuwvlecht) vormen. Het is een vlecht, omdat er zich altijd takken afsplitsen, en andere takken weer bij mekaar komen. Iets verder splitst de plexus brachialis zich o.a. in de 3 voornaamste zenuwen naar de arm: spaakbeenzenuw, elleboogzenuw en de mediale zenuw. De plexus brachialis en de ondersleutelbeenader lopen samen over de 1e rib tussen de scalenus spieren door, worden daarna vergezeld van de ondersleutelbeenslagader, en gaan daarna onder het sleutelbeen en de kleine borstspier door. De beknelling kan optreden
- tussen scalenusspieren en 1e rib
- tussen rib en sleutelbeen
- onder de kleine borstspier
Oorzaken
De bouw van je lichaam kan de gevoeligheid voor TOS vergroten:
- er kan een extra rib present zijn, die bevestigd is aan 1 van de nekwervels. Hierdoor is minder ruimte in de regio van de thoracic outlet. Deze specifieke klacht heet halsribsyndroom (alle normale ribben zitten aan de borstwervels)
- de aanhechting van de 2 scalenusspieren aan de 1e rib kan dichter bij elkaar zitten dan normaal. Dit is 1 van de mogelijke oorzaken van scalenussyndroom
- een (slag)ader of zenuw kan door de scalenusspier heen lopen
Afwijkingen leiden niet per definitie tot klachten, maar de mogelijkheid erop neemt wel toe. Een tweede groep van oorzaken heeft te maken met hoe iemand functioneert.
- Als je altijd telefoneert met de hoorn geklemd tussen hoofd en nek, worden de scalenusspieren sterker ontwikkeld. Dit kan leiden tot scalenussyndroom
- Als je altijd met je armen boven je hoofd werkt, wordt de kleine borstspier uitgerekt (strakgetrokken). Mogelijk gevolg: pectoralis minor syndroom
- Als je dikwijls zware lasten draagt, kan de ruimte tussen 1e rib en sleutelbeen kleiner worden: costoclaviculair syndroom
- Mensen die met de computer werken zitten dikwijls met hun nek naar voren. De bovenkant van de lees meer over RSI klachten veroorzaakt door zenuwproblemen: TOS



