Borsten en plastische chirurgie
Kleine borsten
Das wensen een borstvergroting vanuit verschillende uitgangspunten. Soms hangen de borsten lichtjes door, bvb na zwangerschap of felle vermagering. Hierbij ontstaat een borst met ongeveer reeds haar volume onderin en voornamelijk een tekort aan volume bovenin. Hierbij kan dan best een prothese geplaatst worden welke ook bovenin vulling geeft. Bij voorkeur dus een ronde prothese. Bij een kleine maar stevige borst is de vorm van de borst vrij plat en is er in verhouding voornamelijk veel weefsel bovenin en een tekort onderin. Hier is een druppelvormige prothese de beste oplossing. Bij een duidelijk uitgezakte borst kan een borstvergroting soms een correctie geven van de doorzakking indien de tepels niet te laag staan en indien de prothese groot genoeg gekozen wordt om de borst te liften.
Grote borsten
Te grote borsten gaan dikwijls samen met doorgezakte borsten. Deze twee problemen kunnen dan ook gedurende eenzelfde behandeling verholpen worden. Het probleem kan in drie subgroepen worden onderverdeeld met telkens een eigen oplossing.
- Weinig of matig doorhangende, eerder kleine borsten. De doorzakking ontstaat dikwijls na vermagering of na een zwangerschap. Hier kan een borstvergroting met een prothese uitkomst bieden. Deze behandeling wordt uitgelegd op de pagina over borstvergroting voor ptose. Als vuistregel kan gesteld worden dat de afstand van de tepel tot het kuiltje op de middellijn tussen de twee sleutelbeenderen niet meer dan 23 cm mag bedragen. Indien deze afstand groter is dient een ptosecorrectie te gebeuren.
- Matig tot felle doorzakking van de borst maar geen te groot borstvolume. Borstvergroting kan hier geen optimaal resultaat bieden gezien de borst te fel doorgezakt is. Een doorzakkingsplastie of ook wel ptosecorrectie of borstlift genoemd, is hier dan ook de beste oplossing.
- Te groot borstvolume kan enkel verholpen worden door wegname van een deel van de borstklier. Hier spreken wij over de borstverkleining of borstreductie.
Gezien het probleem van doorzakking en te grote borsten zeer divers is, dient de behandeling dan ook aan iedere individuele situatie te worden aangepast. Om te weten welke ingreep voor u de beste oplossing biedt, kan u best de afstand van de bovenrand van het borstbeen tot de tepel meten. Deze afstand is normaal 17 tot 21 cm.
- Indien deze afstand minder is dan 22 cm, is een borstvergroting de beste oplossing.
- Indien deze afstand tussen 22 en 25 cm is, kan best een miniborstlift met lees meer over Borsten en plastische chirurgie




