Belangrijkste keywords voor Schedel- en hersenletsels : hersenen, schedel, hersenletsel, beschadiging, ernstig, coma, letsel,
, liquorlekkage, score, terwijl, schedelbarst, letsels, optreden, ...
Schedel- en hersenletsels
Inleiding
Iedereen is er zich wel van bewust dat een
letsel aan het hoofd (Latijn: trauma capitis) een
ernstige zaak is. In het hoofd zitten immers de
hersenen, die de grondslag zijn van ons volledige geestelijke leven. Omdat de hersenen in mechanisch opzicht een brijig minder harde massa vormen en dus heel kwetsbaar zijn voor mechanisch geweld, heeft de natuur ze ter bescherming opgeborgen in een harde benige doos: de schedel. Letsels aan het hoofd kunnen dus de schedel, de hersenen of alle twee beschadigen. Het idee dat de ernst van de schedelbeschadiging evenredig is aan die van de hersenbeschadiging, gaat echter maar ten dele op. Zo zijn bvb bij letsels, waarbij de schedel plaatselijk door een scherp voorwerp is ingeslagen, de hersenen alleen ter plekke door de ingedrukte botsplinters beschadigd, terwijl de rest van de hersenen er goed vanaf komen. Men kan dit vergelijken met de kreukelzone van een auto. Een deel van de energie wordt opgevangen door het bot van de schedel en niet overgedragen aan de hersenen. Aan de andere kant is bij letsels die het volledige hoofd met grote kracht treffen, als bij botsingen in het snelverkeer, de schedel dikwijls helemaal gaaf, terwijl de hersenen binnenin zeer ernstig zijn beschadigd: dit noemt men het gesloten schedelletsel. Daarom zullen hier de schedel- en de hersenletsels apart worden behandeld.
Schedelletsels
- De lineaire schedelfractuur of schedelbarst. De lichtste vorm van beschadiging van de schedel is de barst in het schedelbot. Deze kan op een blanco Röntgenfoto van de schedel te zien worden gemaakt wanneer de barst loodrecht staat op de kijkrichting; een barst die schuin staat op de kijkrichting is soms niet zichtbaar. In zo'n geval kan een CT-scan alsnog uitkomst bieden. De aanwezigheid van een barst zegt op zich zelf niets over de toestand van de hersenen, maar meestal zijn deze onbeschadigd en is de patiënt normaal bij bewustzijn. Het risico van een schedelbarst is het ontstaan van een epiduraal hematoom als een slagadertje van het harde hersenvlies door een botsplinter wordt gescheurd. Daarom dienen patiënten met een schedelbarst geregeld hierop gecontroleerd te worden. Op zich behoeft een schedelbarst geen behandeling en binnen korte tijd is het bot weer aan mekaar gegroeid. Bij kinderen kan door het groeien van de schedel een z.g. "groeiende fractuur" ontstaan. Wanneer onder de schedelbarst het harde hersenvlies is gescheurd, bestaat de mogelijkheid dat tussen de botranden littekenweefsel gaat ontstaan. Hierdoor vergroeit de fractuur niet en door het groeien van de schedel wordt de spleet altijd wijder. Het kan nodig zijn om deze situatie met een operatie te corrigeren.
- De schedelbasisfractuur. Dit is een schedelbarst die in de schedelbasis is gelegen. Als de fractuur door het dak van de oogkassen verloopt, krijgen de patiënten een dik gezwollen z.g. "blauw oog" doordat er een bloeduitstorting in de oogkassen is ontstaan. Meestal verdwijnt dit in enkele dagen zonder problemen. Een voorin gelegen schedelbasisfractuur kan ook in het dak van de neusholte verlopen, wat een open verbinding kan doen ontstaan tussen de neusholte en de schedelinhoud: de patiënten verliezen dan hersenvocht (liquor) uit de neus. Zo'n liquorlekkage heeft het risico dat er bacteriën vanuit de neus in het hersenvocht binnenkomen en er een hersenvliesontsteking (meningitis) volgt, vooral als de liquorlekkage langer duurt. Daarom moet bij langer durende liquorlekkage operatief via een luikje dat in de schedel wordt gemaakt, het lek worden opgespoord en afgedekt met hersenvlies of een vervanging daarvoor. Ook als de liquorlekkage spontaan is gestopt kan de opening, die dikwijls alleen door wat zacht littekenweefsel is gevuld, later weer opengaan en alsnog (ook na jaren) aanleiding geven tot een hersenvliesontsteking of een hersenabces. Een barst door het dak van de neusholte kan ook de reukzenuw beschadigen, wat tot gevolg heeft dat de patiënt zijn reukvermogen verliest (zie figuur). Erger is het als een schedelbasisfractuur verloopt door de uittredeplaats van een oogzenuw en deze beschadigt waardoor het oog blind wordt. Zo kan bij een schedelbasisfractuur die achterin verloopt door het rotsbeen waarin het gehoororgaan is gelegen, de patiënt een beschadiging van het gehoor ondervinden en kan er liquorlekkage uit het oor plaatsvinden. Vrijwel altijd geneest hier de liquorlekkage vanzelf. Een schedelbasisfractuur op zich behoeft geen behandeling, tenzij langdurig liquorlekkage ontstaat. Aan de beschadiging van reuk- of oogzenuw is helaas niets te doen.
- De impressiefractuur. Hierbij is door een plaatselijk inwerkend scherp geweld het schedelbot over enige afstand ingedrukt (zie figuur). De ingedrukte botsplinters kunnen de onderliggende hersenvliezen beschadigen alsmede het onderliggende hersenweefsel. Meestal is de hersenbeschadiging zeer beperkt. Soms is de overliggende huid ook beschadigd en ligt de fractuur met onderliggende hersenen bloot, waardoor risico op infectie bestaat. Zo'n open of zogenaamd gecompliceerde impressiefractuur moet daarom operatief worden behandeld. Verontreinigingen als straatvuil worden uit de wonde verwijderd, en bloedingen in de gekneusde hersenen worden tot staan gebracht. Het gescheurde hersenvlies wordt gesloten, waarbij eventueel verloren gegane stukken worden vervangen door peesblad (fascie) dat uit het bovenbeen wordt gehaald of door donorhersenvlies. Botfragmenten worden zo mogelijk teruggeplaatst. Als er botstukken verloren zijn gegaan blijft er een zogenaamd botdefect over. Dit botdefect wordt behandeld enige weken tot maanden nadat de wonde is genezen, omdat het belangrijk is dat de overliggende huid goed is genezen. Dan wordt de wonde weer geopend en het botdefect vrijgelegd. Het botdefect kan dan worden bedekt door het inzetten van een stuk kunststof (perspex dat tevoren op maat is gemaakt) of een stuk van het metaal titanium. Vroeger werden er stukken rib ingezet die bij de patiënt zelf waren uitgehaald; na enige tijd groeiden de ribben waar de stukken uit waren gehaald, weer helemaal aan. Als een impressiefractuur niet open ligt, hoeft hij niet behandeld te worden zolang de indeuking van de schedel minder bedraagt dan de dikte van de schedel. Is de indeuking echter ernstiger, dan moeten de botstukjes die de hersenen beschadigen weer recht worden gezet, omdat anders een litteken in de hersenen ontstaat dat aanleiding kan geven tot epilepsie.
Hersenletsel
- Hersenschudding of commotio cerebri. Dit is de lichtste vorm van hersenletsel. Het uit zich hierin dat de patiënt na een val of slag op het hoofd kortdurend het bewustzijn verliest, en daarna de herinnering blijkt te hebben verloren voor de tijd van het ongeval en een poos ervoor (zogenaamde retrograde amnesie). Met toenemende ernst van de hersenschudding is de duur van het bewustzijnsverlies en van de retrograde amnesie ook langer.
- Hersenkneuzing of contusio cerebri. Hiervan spreekt men als het bewustzijnsverlies van langer duur en dieper is en als er neurologische stoornissen zijn als verlammingen. Het beeld van de hersenkneuzing omvat een heel scala van hersenbeschadigingen, van lichte graden die snel en vrij volledig herstellen, via ernstiger graden die langduriger bewusteloosheid (coma) geven en dan herstellen met verschillende graden van neurologische restverschijnselen en invaliditeit, tot zeer ernstige graden waarbij patiënten comateus blijven en na kortere of langere tijd overlijden. Omdat het bewustzijnsverlies (coma) een goede graadmeter is voor de hersenbeschadiging, drukt men dit uit in de zogenaamde Glasgow Coma Scale (GCS). De patiënt krijgt een score die bepaald wordt door het reeds of niet openen van de ogen, het maken van armbewegingen en het maken van geluiden op pijnprikkels, op aanspreken, dan wel spontaan. De minimale score is 3, de maximale 15 punten. Men spreekt van zeer ernstig hersenletsel als de GCS-score 3-8 bedraagt, van matig ernstig hersenletsel bij een GCS-score van 8-14 en van lichter hersenletsel bij een GCS-score boven de 14.
- Behandeling van ernstig hersenletsel
- Men gaat uit van het principe dat de hersenbeschadiging kan worden onderscheiden in een primaire beschadiging en een secundaire beschadiging.
lees meer over Schedel- en hersenletsels