Met de MRI kan de aard van het weefsel nader worden onderzocht met behulp van spectroscopie. Wanneer bepaalde stoffen op bepaalde plaatsen in verhoogde concentraties worden aangetroffen kan dit wijzen op b.v. de aanwezigheid van een tumor. Men ook de functie van bepaalde hersendelen nagaan door gedurende het onderzoek de patiënt bepaalde opdrachten te laten uitvoeren (b.v. lezen of herkennen van afbeeldingen). Als de corresponderende hersendelen daardoor actief worden is dit met de MRI aan te tonen. Zulk onderzoek is belangrijk voor het precies lokaliseren van neurologisch belangrijke gebieden.
Röntgenonderzoek
Deze dateren reeds van het begin van de 20e eeuw, toen de natuurkundige Wilhelm Conrad Röntgen (1845 - 1923) de stralen ontdekte die naar hem genoemd zijn en die in staat bleken om het beenderstelsel in het intacte lichaam te zien te maken. Deze techniek vindt nu nog uitgebreid toepassing in de zogenaamde blanco of conventionele Röntgenfoto waarmee men afwijkingen van het bot te zien kan maken. Op een blanco Röntgenfoto die altijd als fotonegatief wordt afgeleverd, zijn de kalkhoudende botstructuren wit omdat de kalk de Röntgenstralen niet doorlaat (absorbeert) terwijl de omgevende weefsels er door overbelichting zwart uitzien omdat de Röntgenstralen er dwars doorheen gaan.
Computertomografie (CT)
Dit is een andere manier waarop weke delen met Röntgenstralen kunnen worden afgebeeld. Want hoewel lang niet zo sterk als botweefsel, absorberen weke delen ook Röntgenstralen (d.w.z. ze laten de stralen niet door), het ene weefsel doet dat iets meer dan het andere. Op gewone Röntgenfoto's komen deze kleine verschillen niet tot uiting, waardoor wekedelenstructuren er niet op te zien zijn. In 1963 heeft de Engelse ingenieur Hounsfield een methode bedacht om met de computer de kleine verschillen in absorptie te versterken, waardoor de weke delen nu wel te zien kunnen worden gemaakt. Op een CT-scan blijven botstructuren als op gewone Röntgenfoto's heel goed te zien, maar daarnaast zijn de omgevende weke delen ook enigszins zichtbaar. Er is een ander duidelijk verschil tussen een CT-scan en een röntgenfoto. Een röntgenfoto is een soort portret waarop men verschijnt in dezelfde houding als waarin men is gefotografeerd, terwijl een CT-scan eigenlijk een doorsnede is door het lichaam die door de computer is getekend. Dat heeft te maken met de manier waarop een CT-scan wordt gemaakt. Men moet daarvoor onbewegelijk liggen op een soort matras, terwijl het lichaamsdeel waar het omgaat, bvb de schedel, in de opening ligt van de eigenlijke scanner, een soort ring waaruit met een dunne Röntgenstraal een schijfje van de schedel vanuit verschillende richtingen wordt beschenen (gescand). Hierna schuift men een eindje op waardoor een volgende plak kan worden gescand.
Interventionele radiologie
De toepassing van vaatcatheters voor het inspuiten van contrastvloeistof bij de angiografische diagnostiek heeft een waardevolle uitbreiding gekregen in zogenaamde interventionele technieken, waarmee nu de behandeling van vaatafwijkingen kan worden verricht. Voor het dichtstoppen van een aneurysma kan een vaatcatheter naar het aneurysma worden gedirigeerd, waarna via de catheter zogenaamde coils in het aneurysma worden ingebracht. Dit zijn dunne platina draden die binnen het aneurysma direct op gaan krullen en bij genoeg aantal het aneurysma volledig verstoppen waardoor het niet meer kan bloeden. Het voordeel is uiteraard dat dit bereikt wordt zonder een operatie. Voor het behandelen van andere vaatafwijkingen worden in plaats van de coils ook wel opblaasbare ballonnetjes of speciale lijm gebruikt die eveneens via de vaatcatheter wordt ingebracht
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




