De wervelzuil, wat weten we erover?
Anatomie en werking
De wervelzuil bestaat uit 33 wervels, waarvan er 24 mobiel zijn. Bovenaan zitten de 7 halswervels, gevolgd door 12 borst- en 5 lendenwervels. Deze lopen uit in het heiligbeen en het staartbeen, die samen een blok vormen van 9 aaneengegroeide wervels (fig. 1).
Natuurlijke krommingen
De wervelzuil vertoont van opzij bekeken 3 krommingen (fig. 2)
- een holte aan de hals (cervicale lordose);
- een bolle kromming ter hoogte van de borstwervels (thoracale kyfose);
- een holte in de lenden (lumbale lordose);
Deze drie krommingen zorgen voor een compromis tussen stabiliteit en beweeglijkheid.
Figuur 2
Doordat de onderste wervels verbonden zijn met het bekken en de heupen, heeft iedere beweging daarvan een invloed op de houding, dus op de diepte van de 3 krommingen (fig. 3). Bij het vooroverkantelen van het bekken ontstaat een verdere kolvorming aan de lenden (lordose). Het achterover kantelen geeft een afvlakking van de onderrug (kyfose).
Figuur 3
Tussenwervelschijf
Tussen de verschillende wervels ligt de tussenwervelschijf of discus (fig. 4). Deze bestaat uit een gelei-achtige kern, de nucleus, met daaromheen een reeks bindweefselachtige ringen. De voornaamste functie van de discus is schokdemping. Dankzij de gelei-achtige structuur kan de discus echter ook van vorm veranderen en kan zo perfect de bewegingen van de wervels volgen.
Figuur 4
Onder invloed van de zwaartekracht wordt de discus overdag systematisch samengedrukt. Daarbij wordt er vocht uit de kern weggeperst. Het gevolg is dat wij 's avonds iets kleiner zijn dan 's morgens. 's Nachts als wij plat liggen gedurende de slaap kan de discus opnieuw uitzetten en dit gaat gepaard met het aanzuigen van vocht en voedingsstoffen. Hetzelfde mechanisme is overdag in werking bij houdingsveranderingen. Telkens wanneer men van houding verandert, wijzigt ook de druk in de nucleus. Op sommige plaatsen wordt de tussenwervelschijf samengedrukt, maar op andere plaatsen valt de druk weg zodat daar vocht en voedingsstoffen kunnen worden aangezogen.
Variërende belasting
Bij een mooie rechte houding is de rug optimaal gekromd en worden alle delen van de wervelkolom gelijkmatig belast. De druk wordt telkens gelijkmatig over de discus gespreid. De rug is berekend op deze krachten en kan deze onder normale omstandigheden zonder schade opvangen. Bij een buiging wordt echter één kant van de discus zwaarder belast dan de andere. In de mogelijkheid tot buigen schuilt dan ook één van de voornaamste zwakke schakels in de rug.




