Kanker, kunnen we het eigenlijk wel voorkomen?
Voeding bij kanker
Voeding vormt een belangrijk onderdeel van de totale zorg voor mensen met kanker. De meeste tumoren veroorzaken aanpassingen in de stofwisseling (metabolisme) die ervoor zorgen dat het lichaam meer energie verbrandt dan normaal. Bovendien zorgen misselijkheid of moeite met slikken voor verminderde voedselinname. Daardoor verliezen mensen met kanker gewicht, waardoor conditie en weerstand afnemen en vermoeidheid en lusteloosheid toenemen. Aangepaste voeding kan helpen het gewicht en daarmee de conditie op peil te krijgen en te houden. Voeding kan ook een rol spelen in het voorkomen van kanker.
Leefstijl
Bij ongeveer 50 tot 70 procent van de mensen die aan kanker overlijden, heeft een ongezonde leefstijl een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van de ziekte. Met een gezonde leefstijl kan je zelf veel doen om het risico op kanker te beperken. Maar een manier van leven die kanker gegarandeerd voorkómt, is er helaas niet. Naast aanleg of leefgewoonten kan toeval een rol spelen. Iemand die altijd gezond heeft geleefd, kan toch kanker krijgen. En andersom kan iemand die altijd heeft gerookt, oud worden zónder kanker te krijgen.
Risicofactoren
- Bekende risicofactoren zijn:
- Roken;
- Slecht en vet eten;
- Te niet veel beweging;
- Te veel stress;
- Luchtverontreiniging, straling, chemische stoffen;
- Veel zonnen.
Uitstrijkje: nuttig onderzoek, ook zonder klachten
Een uitstrijkje kan een voorstadium van baarmoederhalskanker ontdekken, ook als er nog geen klachten zijn. Bij een vroege ontdekking en goede behandeling is genezing in ongeveer alle gevallen mogelijk. Het duurt vrij lang voordat gezonde cellen veranderen in kankercellen. Daarom is een uitstrijkje eens in de vijf jaar genoeg om een afwijking tijdig op te sporen. Baarmoederhalskanker wordt jaarlijks bij 700 tot 1200 vrouwen in Nederland vastgesteld.




