Malnutritie, wat is het eigelijk ?
Het is tweemaal hetzelfde beweren (zoals wel wordt gedaan), dat iemand aan vetzucht lijdt indien zijn lichaam te veel vet bevat. De mate van vetzucht zal in individuele gevallen kunnen worden vastgesteld door naar de persoon in kwestie te kijken, reeds een oppervlakkige en kortdurende waarneming is in de regel al genoeg om uit te maken of iemand al of niet te dik is. Een bevredigende taxatie wordt verkregen door het lichaamsgewicht te relateren aan lichaamslengte en aan type lichaamsbouw (zie tabel streefgewicht). Een betere benadering wordt verkregen door het vaststellen van het vetpercentage doormiddel van een huidplooimeting of door het elektronisch meten van de vetweerstand. In het algemeen kan men grofweg van vetzucht spreken als het feitelijke lichaamsgewicht het te verwachten lichaamsgewicht met meer dan tien tot twintig percent overschrijdt.
De onderzoeker dient zich steeds af te vragen of een eventueel te hoog lichaamsgewicht niet het gevolg is van abnormale vochtophoping in de vorm van oedeem of ascites of van een bijzonder sterke ontwikkeling van de spiermassa, als deze voorkomt bij (beroeps)sportlieden. Een geringe vetzucht zal in het algemeen geen aanleiding geven tot klachten. Bij mannen stijgt in het algemeen het lichaamsgewicht na het dertigste levensjaar; bij vrouwen is dit niet zelden reeds na het twintigste levensjaar het geval en dan dikwijlszeer geleidelijk. Vooral na een bevalling kan het lichaamsgewicht met een enkele kilo's toenemen, daarna blijft het meestal constant. Naar algemeen wordt aangenomen is vetzucht niet het gevolg van een gestoorde stofwisseling in de zin van een biochemische ontsporing bij de vorming of mobilisatie van lees verder




