Wat moet we weten over hart- en vaatziekten?
Een goede gezondheid is een waardevol bezit. In ons land zijn hart- en vaatziekten de oorzaak van ongeveer veertig procent van de sterfgevallen. Een aantal risicofactoren is bekend: overgewicht, te niet veel lichaamsbeweging, roken, een hoge bloeddruk, suikerziekte en een hoog cholesterol. Aan sommige van deze risicofactoren kan wat worden gedaan door verandering in leefgewoonten. Om meer te weten te komen over de (mogelijke) risicofactoren voor hart- en vaatziekten is medisch onderzoek nodig. Daar roepen wij graag uw hulp voor in.Voorkomen van hart en vaatziekten
Als u gezond eet, op geregelde tijdstippen beweegt, zo ontspannen mogelijk leeft, stopt met roken en niet te veel alcohol drinkt, kunt u het risico op hart- en vaatziekten in belangrijke mate verminderen.Het hart
Je hart is de motor. Het pompt bloed je lichaam rond, dag in, dag uit. Het bloed stroomt door een netwerk van bloedvaten naar alle delen van je lichaam en dan weer terug naar het hart, en ga zo maar door. Onderweg geeft het bloed overal voedingsstoffen en zuurstof (O2) af. En haalt het afvalstoffen op. Samen verzorgen het hart, het bloed en de bloedvaten de bloedsomloop.Ontstaan hart- en vaatziekten
De meeste hart- en vaatziekten ontstaan door het dichtslibben van bloedvaten. Hierdoor wordt de bloeddoorstroming door de bloedvaten achter de afsluiting belemmerd en kan er door tekort aan zuurstof weefselschade optreden. Het dichtslibben van de kransslagader, de ader die ervoor zorgt dat het hart zélf (de hartspier dus) doorbloed wordt, veroorzaakt hartproblemen en de hartaanval. De termen hartinfarct en hartaanval betekenen in de volksmond hetzelfde, maar het dichtslibben van de kransslagader is officieel het infarct. Vervolgens wordt het hart niet meer goed doorbloed en treedt er een hartaanval op.Hart- en vaatziekten in cijfers
Hart- en vaatziekten zijn anno 2005 doodsoorzaak nummer één in Nederland.45.000 mensen overlijden per jaar aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. Ruim 14.000 mensen overlijden aan een hartaanval (hartinfarct). Nog eens 11.000 mensen overlijden aan een beroerte en de rest door andere hart- en vaatziekten.
Mannen hebben drie tot vier keer zoveel mogelijkheid op een hartaanval als vrouwen. Naar mate wij ouder worden, neemt de mogelijkheid op een hartaanval toe.
- Geslacht en leeftijd (oudere mannen hebben er meer hinder van dan jongere vrouwen);
- Hart- en vaatziekten in de familie (erfelijke aanleg);
- Roken;
- Hoge bloeddruk;
- Voeding met veel cholesterol;
- Suikerziekte (diabetes mellitus);
- Te niet veel lichaamsbeweging;
- Overgewicht;
- Stress;
- Te hoog homocysteïne gehalte.
Het spierweefsel van het hart krijgt onvoldoende zuurstof (O2) doordat er een kransslagader verstopt is geraakt. Wanneer deze situatie te lang voortduurt, sterft het spierweefsel af en verandert het in bindweefsel. Het heeft dan niet meer de kracht om samen te trekken, zodat het hart aan pompkracht verliest.
De plek waar de kransslagader is afgesloten, bepaalt voor een groot deel hoe ernstig de gevolgen zullen zijn.
Over het algemeen geldt:
- hoe hoger in de ader de verstopping zich bevindt, hoe meer spierweefsel zal afsterven.
- de linkerkant: de linker hartkamer heeft de krachtigste spier die er voor zorgt dat het bloed het volledige lichaam wordt doorgepompt.




