Hoe kan men cystic fibrosis diagnosticeren?
De IRT-bloedtest, waarbij de "immuno-reactieve trypsine" in het bloed gemeten wordt, is op dit ogenblik de beste beschikbare screeningstest voor Cystic Fibrosis. Het bloed voor deze test wordt meestal verkregen door een hielprik in de materniteit, dikwijls op de 5de levensdag. Deze IRT-test is belangrijk als screening-instrument maar niet 100 procent betrouwbaar. Soms worden kinderen met Cystic Fibrosis niet ontdekt of is een test positief bij kinderen die de ziekte niet hebben. Wanneer Cystic Fibrosis vastgesteld wordt, wordt de IRT-test meestal nog eens herhaald. Als een bloedtest positief blijkt, moet dit testresultaat bevestigd worden door een zweettest.Bij de zweettest wordt het zoutgehalte in het zweet gemeten. Bij Cystic Fibrosispatiënten is de zoutconcentratie in het zweet 2 tot 5 keer hoger dan normaal. De diagnose "Cystic Fibrosis" wordt pas zeker wanneer bij twee opeenvolgende zweettests een zoutconcentratie van tenminste 60mEq/l gemeten worden. De zweettest is de tot nu toe meest betrouwbare diagnostische test. Deze test kan in elk universitair ziekenhuis en in de meeste kinderziekenhuizen afgenomen worden. Door toediening van een speciaal produkt (Pilocarpine) via een kleine elektrode wordt de zweetproduktie op de onderarm gestimuleerd en opgevangen op een doekje. Daarna gebeurt een chemische analyse van het zweet. De test duurt niet lang en is pijnloos.
Bepaalde ziekenhuizen stellen dat de zweettest vanaf de leeftijd van 1 week uitgevoerd kan worden, voor zover er genoeg zweet op de arm present is (meer dan 50mg per arm). Volgens anderen is dit maar mogelijk vanaf 2 à 3 maand en biedt lees meer over Hoe kan men cystic fibrosis diagnosticeren?



