Baarmoederhalskanker zorgt voor bijna 200 overlijdens per jaar
Baarmoederhalskanker is op dit moment een van de vaakst voorkomende gynaecologische kankers in België (472 nieuwe gevallen in 1996). In ons land is deze vorm van kanker verantwoordelijk voor ongeveer 200 overlijdens per jaar. 90 procent daarvan zou kunnen worden vermeden door een regelmatige opsporing. Deze vorm van kanker ontwikkelt zich inderdaad langzaamaan op basis van zogenaamde prekankerletsels. In deze lange precancereuze fase zorgen systematische uitstrijkjes voor de ontdekking van verdachte letsels en de vroegtijdige behandeling ervan.Etiologie en risicofactoren
85 en 90 procent van de baarmoederhalskankers ontwikkelen zich vanaf een goedaardig letsel, dat wij "condyloma" of "papilloma" van de baarmoederhals noemen. Dat letsel is van virale oorsprong. Van dat virus, het HPV of "Human Papilloma Virus", bestaan er talloze varianten. Toch groeien niet alle papillom's uit tot kanker. Degene die het meest vatbaar zijn om tot een kankergezwel te evolueren, worden veroorzaakt door virussen van het type 16. De risicofactoren zijn reeds lang gekend. De eerste seksuele contacten op jonge leeftijd, veel partners, veel zwangerschappen, andere seksueel overdraagbare aandoeningen, minder gunstige socio-economische omstandigheden, roken, langdurige orale contraceptie of een verzwakking van het afweersysteem zijn allemaal risicofactoren.Epidemiologie
Onderzoeken uitgevoerd bij jonge Amerikaanse studentes tonen aan dat 30 à 40 procent onder hen besmet zijn met het HPV virus. De infectie gaat meestal onopgemerkt voorbij vermits het virus bij het merendeel van de vrouwen geëlimineerd wordt zonder aanleiding te geven tot ziektesymptomen. Wanneer dat niet het geval is, kan de infectie letsels veroorzaken die, als ze niet worden behandeld, in staat zijn om zich na een vrij lange periode in een kanker te transformeren (meestal na een tiental jaren). De frequentie van baarmoederhalskanker varieert enorm van de ene plaats op de wereld tot de andere. Verschillende sociologische en medische omstandigheden, een andere sekscultuur en misschien genetische vatbaarheid vormen daarvoor de verklaring. Baarmoederhalskanker bezet in sommige ontwikkelingslanden de eerste plaats in het klassement van sterftecijfer door kanker bij vrouwen. Bij Belgische vrouwen is het de op drie na meest voorkomende vorm van kanker (4,52%), na borstkanker (33,66%), darmkanker (13,59%) en eierstokkanker (4,98%).Opsporing
De ontwikkeling van precancereuze letsels gaat aan baarmoederhalskanker vooraf. Ze vallen op te sporen met een uitstrijkje. Dat is een eenvoudige en pijnloze test, uitgevoerd door een huisarts of een gynaecoloog. Hij brengt voorzichtig een speculum in de vagina in om toegang te krijgen tot de baarmoederhals. Een speculum is een langwerpig instrument dat dient om de vagina open te houden en te verlichten dankzij het licht dat weerkaatst op het gepolijste oppervlak. Daardoor kan de geneesheer de binnenkant van de vagina en de baarmoederhals onderzoeken. Vervolgens strijkt de dokter voorzichtig met een borsteltje langs de wanden van de baarmoederhals. Daardoor blijven de cellen vasthangen aan dat instrument. Deze cellen worden dan onderzocht onder de microscoop.De aldus verwijderde cellen kunnen op verschillende manieren worden onderzocht. De dokter kan zelf het uitstrijkje ter plaatse onderzoeken of de cellen in speciale bewaarvloeistof onderdompelen en naar het lab sturen om te laten onderzoeken door specialisten. In het eerste geval is het resultaat direct gekend, anders geldt een wachttijd van gemiddeld twee weken. Elke vrouw zou in het jaar dat volgt op haar eerste seksuele betrekkingen een uitstrijkje van de baarmoederhals moeten laten nemen, of in elk geval van zodra ze 25 is. Na twee normale uitstrijkjes met een tussenpauze van een jaar, laat men deze uitstrijkjes minstens een keer om de drie jaar uitvoeren tot men 65 is. Voor vrouwen ouder dan lees meer over Baarmoederhalskanker zorgt voor bijna 200 overlijdens per jaar



