In de rustige slaap of NREM-slaap (non-Rapid-Eye-Movement) onderscheidt men vier fasen:
- Fase 1
Duurt zowat één tot drie minuten en is de inslaapfase gedurende dewelke men een gevoel van in-een-put-vallen kan hebben. Na enkele minuten gaat men over in fase 2. - Fase 2
De wekdrempel verhoogt, maar men heeft nog niet het gevoel diep te slapen. Men kan nog reageren op uitwendige of inwendige prikkels (b.v. straatgeluiden of een kloppende deur, een hongergevoel...). Wanneer men in deze fase wordt gewekt, kan men de indruk hebben nog niet te hebben geslapen. - Fase 3
Ongeveer een half uur na het inslapen wordt fase 3 bereikt. De ademhaling verloopt zeer regelmatig, het hartritme daalt, de spieren zijn totaal ontspannen en de slaap wordt steeds dieper. - Fase 4
Tenslotte komt men in fase 4, de echte diepe slaap die zorgt voor de fysieke recuperatie.
Fase 3 en 4 samen worden ook wel de Slow-Wave-Sleep (SWS) of diepe slaap genoemd. De SWS of diepe slaap domineert grotendeels in de eerste helft van de nacht. Vanaf 40 jaar is er afname van de totale SWS, die ongeveer volledig verdwijnt op 70 jaar. Ook de REM-slaap vermindert met de leeftijd. Vandaar dat bejaarden inderdaad minder lang en vooral minder vast slapen.
Dromen doen zich vooral in deze fase voor, die daarom ook droomslaap of paradoxale slaap wordt genoemd (paradoxaal omdat de hersenactiviteit dan het grootst is, terwijl de spieren bijna verlamd zijn). Deze REM-periode duurt ongeveer 10 minuten, maar naarmate de slaap vordert, worden de REM-fasen langer. Na iedere REM-slaapfase is er gewoonlijk een kort ontwaken (onbewust).
Nadien begint de slaapcyclus opnieuw van voorafaan.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:http://www.dokter.naesens.digitown.be)
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



