Belangrijkste keywords voor Metabool syndroom : de « fat-connection » : syndroom, risico, metabool, cardiovasculaire, obesitas, afwijkingen,
, behandeling, adiponectine, diabetes, stellen, vetweefsel, eveneens, eiwit, ...
Metabool syndroom : de « fat-connection »
Het
metabool syndroom, net als diabetes, is een ernstige bedreiging voor de cardiovasculaire gezondheid. Het is dan ook belangrijk dit syndroom op te sporen en zo snel mogelijk correct te behandelen. Obesitas komt ongeveer nooit alleen voor. Als dat wel het geval is, blijft het niet lang een op zichzelf bestaande aandoening. We kennen de stoet van afwijkingen die met obesitas gepaard gaat: insulineresitentie, arteriële hypertensie,
dislipidemie, afwijkingen van de hemostase. Dat zijn allemaal risicofactoren voor hart en slagaders, nieren, hersenen en ogen. Omdat dit zo kenmerkend is, heeft men nu reeds enkele jaren de gewoonte te spreken van het « metabool syndroom » of « dismetabool syndroom » als het geheel van die afwijkingen.
De hoofdschuldige
De reden hiervoor is simpel : het vetweefsel, dat per definitie overvloediger present is bij obese mensen dan bij mensen met een normale
BMI, is een echte endocriene klier met tal van secreties. Van de door de adipocyten afgescheiden hormonen kan het adiponectine de functie en de integriteit beïnvloeden van het cardiovasculaire stelsel. Het adiponectine speelt een rol bij het vet- en koolhydraatmetabolisme. De plasmaconcentratie ervan is verminderd bij obese patiënten. Vermagering gaat gepaard met een significante stijging van de bloedconcentratie. Bij type 2 diabetici is de plasmaconcentratie van dat eiwit eveneens verminderd en ook bij coronairpatiënten. In studies in vitro werd aangetoond dat adiponectine een aantal processen afremt die leiden tot het optreden van atheromatose. Dat gaat om de adherentie van monocyten aan het endotheel, de productie van
cytokines, de captatie van gewijzigde
LDL, de accumulatie van lipiden met vorming van schuimcellen, de migratie en proliferatie van gladde spiercellen in de arteriewand. Er bestaat een seksueel dimorfisme: vrouwen hebben hogere concentraties van adiponectine dan mannen en dat zou het hogere cardiovasculaire risico bij mannen kunnen verklaren.
Metabool syndroom: Effecten van gewichtsverlies
- Daling van de bloeddruk
- Verhoogde insulinegevoeligheid
- Daling van de concentratie van triglyceriden en van LDL
- Stijging van HDL
- Daling van risico op hartaandoening en CVA
Een heel netwerk
Tal van andere stoffen van het vetweefsel (vetcellen) dragen bij tot het cardiovasculaire risico. We kennen reeds enkele jaren het leptine, maar er is ook nog het angiotensinogeen, een eiwit van het systeem renine-angiotensine-aldosteron (RAA). Als dat systeem hyperactief is, kan het schade berokkenen aan
hart en bloedvaten. Het interleukine 6 (IL-6) remt de activator I van het plasminogeen (PAI-1) en maakt ook deel uit van die factoren. Er werd ook nog een ander eiwit uit het vetweefsel (vetcellen) geïdentificeerd: het resistine. Daarover is nu nog niet veel bekend bij de mens maar wij weten wel dat het als de naam reeds aangeeft insulineresistentie kan veroorzaken. Het zou dus indirect de
insulinereactie kunnen verhogen en wij weten allemaal dat
hyperinsulinemie eveneens schadelijk is voor het cardiovasculaire stelsel en dat insulineresistentie een voorloper is van diabetes. Het is dan ook niet te verwonderen dat het verband tussen obesitas, cardiovasculair risico en diabetes reeds lang het voorwerp is van ongerustheid. Er bestaan verschillende definities van het metabool syndroom; de ene zijn reeds wat strikter dan de andere. Maar zelfs met de meest restrictieve criteria heeft toch nog ongeveer 25 procent
lees meer over Metabool syndroom : de « fat-connection »