Koolhydraten, waar staat het eigenlijk voor?
Koolhydraten zijn de belangrijkste bron van energie voor de werking van het lichaam. Eén gram koolhydraat geeft 4 kcal. In een evenwichtige voeding maken ze ongeveer 60 procent uit van de totale energiebehoefte. Voor eiwitten is dit ongeveer 10 procent en voor vetten ongeveer 30%. Deze cijfers lopen uiteen naargelang het soort arbeid dat iemand verricht, het seizoen, de constitutie, de leeftijd, het geslacht, enz. Koolhydraten ontstaan gedurende de fotosynthese in planten uit koolstofdioxide CO2 en water H2O met behulp van zonne-energie. Ze bestaan dan ook uit verbindingen van waterstof H, koolstof C, zuurstof (O2) O. Koolhydraten kunnen ook uit dierlijk voedingsmiddelen komen ; deze dieren hebben de koolhydraten zelf ook uit planten opgenomen en omgezet. Koolhydraten worden ook suikers, sacchariden of gluciden genoemd. Ze kunnen ingedeeld worden in drie hoofdgroepen :
1. Enkelvoudige koolhydraten of monosacchariden
a. Hexosen (6 koolstofatomen)
- Glucose of druivesuiker of dextrose
Vb. in fruit, honing - Fructose of vruchtesuiker of levulose
Vb. in fruit, honing - Galactose
Vb. in melk
b. Pentosen (5 koolstofatomen)
-
Ribose
Vb. in RNA -
Desoxyribose
Vb. in DNA -
Arabinose
Vb. in vruchten en wortelen -
Xylose
Vb. in vruchten en wortelen
2. Dubbelsuikers of disacchariden
a. Lactose of melksuiker (bestaat uit 1 molecule glucose en 1 molecule galactose)
Vb. in melk
b. Maltose of moutsuiker (bestaat uit 2 moleculen glucose)
Vb. in gemout graan, bier, kiemende zaden
c. Sucrose of saccharose of riet- of bietsuiker (bestaat uit 1 molecule glucose en 1 molecule fructose)
Vb. in suikerbiet, suikerriet, in witte suiker, bruine suiker, in kleine mate in vruchten en groenten
3. Complexe koolhydraten of polyscchariden of samengestelde suikers
a. Zetmeel of amylum of polyglucose
Vb. in graan, aardappelen, peulvruchten, noten, groente
b. Glycogeen
Vb. in lever, schelpdieren
c. Dextrines (kleinere eenheden van complexe koolhydraten ontstaan gedurende het roosteren, beter verteerbaar dan zetmeel zelf)
Vb. in geroosterd brood, bier
In het lichaam worden alle opgenomen koolhydraten met behulp van enzymen afgebroken tot glucose.
Gunstige eigenschappen
Complexe koolhydraten (brood, aardappelen, deegwaren)
- Geven een groter verzadigingsgevoel, men komt er langer mee toe
- Een kleinere bloedsuikerspiegel- en insulinestijging
- Zijn vezelrijk (behalve geraffineerde koolhydraten als wit brood, witte deegwaren)
Enkelvoudige koolhydraten via fruit en honing
- Snel opneembare energie
- Rijk aan vezels, vitaminen, mineralen (fruit)
- Hoeven niet verteerd te worden, worden direct in het bloed opgenomen
- Kleine bloedsuikerspiegel- en insulinestijging
- Veroorzaken minder gemakkelijk overgewicht of obesitas gezien de lagere concentratie aan suikers lees meer over Koolhydraten, waar staat het eigenlijk voor?




