4. Nabehandeling
Pijnstillers zijn soms nodig. Een eenvoudige pijnstiller als paracetamol is dikwijls voldoende. Buigen van de knie mag, maar met mate omdat de wondjes anders openspringen. Meestal is het niet aan te raden de knie meer dan negentig graden te buigen.
Lopen mag eveneens met mate, dus echte wandelingen en dergelijke dienen de eerste twee tot drie dagen te worden vermeden. Krukken zijn ongeveer nooit nodig, tenzij uw dokter dit voorschrijft. Douchen moet u uitstellen tot de wondjes gesloten zijn (meestal na vijf dagen) wegens infectiegevaar. Als het nodig is krijgt u fysiotherapie, maar dikwijls is zelf oefenen voldoende. Het voldoet om bvb vijf maal per dag het bovenbeen in zittende houding (op tafelrand of rechte stoel) tien tot vijftien maal, vijf seconden lang stevig aan te spannen. Dit kan gedurende de eerste week worden volgehouden. Na een eenvoudige arthroscopische ingreep kan ontslag naar huis dezelfde dag plaatsvinden. In een aantal gevallen volgt nog een overnachting, bvb als de anaesthesist dit beter vindt.
5. Complicaties
Bij iedere operatie kunnen complicaties optreden. Bij arthroscopie komt dit gelukkig bijna nooit voor. Complicaties kunnen zijn: langdurige en forse zwelling, bloeding in de knie en heel bijna nooit gewrichtsontsteking. Ooit ontstaat een trombosebeen. Er is dan een bloedstolsel gevormd dat een ader in het been verstopt. Ter voorkoming hiervan wordt dikwijls heparine of Sintrom gegeven.
6. Poliklinische controle
De poliklinische controle vindt plaats een tot 14 dagen na de ingreep, op advies van uw arts. De hechtpleisters mag u een week na de operatie zelf verwijderen. Soms is er een tweede controle nodig, als de genezing nog niet optimaal is. Na genezing zijn de huidwondjes dikwijls nog dik. Dit komt doordat het onderliggende kapsel ook geopend is en wat langere tijd nodig heeft om te genezen. Dit neemt drie tot vier weken tijd. In de volgende gevallen dient u met de behandelend dokter contact op te nemen:
- Als de volledige knie dik wordt en/of meer pijn gaat doen.
- Als u niet meer op het been kunt staan, terwijl dit tevoren goed mogelijk was.
7. Werkhervatting
Het moment waarop u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van de ingreep en het soort werk dat u doet. In het algemeen wordt 14 dagen aangehouden voor zittend werk en drie weken voor zwaarder werk. Sporthervatting kan ook variëren met het type sport. Het is niet raadzaam contactsporten binnen een maand te hervatten. Zwelling als reactie op activiteit is een sein dat u het wat rustiger aan moet doen.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



