Een kijkje in de gewrichten...
1. Inleiding
Arthroscopie betekent: in het gewricht kijken. Dit is meestal de knie, soms de schouder, de enkel en af en toe de elleboog, de pols of de heup. Deze folder gaat voornamelijk over de knie. Het kniegewricht betaat uit twee botdelen, het scheenbeen en het dijbeen. De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Deze kraakbeenlaag is elastisch en kan schokken en stoten opvangen. De bedoeling van een arthroscopie is om de diagnose beter te kunnen stellen. Verschillende aandoeningen in de knie (zoals meniscusscheuren, losse stukjes bot of kraakbeen kruisbandscheuren, kraakbeenbeschadigingen en slijmvliesontsteking) kunnen direct gezien worden zonder de knie helemaal open te snijden. Een meniscusscheur (voetbalknietje) leent zich bij uitstek voor een arthroscopische behandeling. Alleen het gescheurde deel wordt verwijderd en het intakte deel blijft op zijn plaats. Dit is beter voor het gewricht omdat verwijdering van de volledige meniscus tot slijtage kan leiden.
Losse stukjes kraakbeen en bot kunnen ook door middel van een arthroscopie worden verwijderd. Een kruisbandscheur kan in vele gevallen met intensieve oefentherapie worden behandeld. Een kruisband geneest nooit spontaan en als deze eenmaal gescheurd is, dan blijft dit zo. Een goede spierconditie kan dit probleem dikwijls goed verhelpen. Soms is hiervoor echter een aparte operatie nodig. Beschadigd kraakbeen kan echter niet worden hersteld. Enig herstel is mogelijk, maar gaat zeer langzaam. Bij sommige afwijkingen kan na het stellen van de diagnose gedurende dezelfde operatie direct de behandeling volgen. Een groot voordeel van arthroscopische operaties is dat het herstel in het algemeen heel vlot verloopt en dat ongeveer altijd direct na de ingreep de knie weer volledig belast mag worden.
2. Welke verdoving wordt toegepast?
De operatie vindt plaats onder algemene narcose of plaatselijke verdoving. Plaatselijke verdoving kan worden gecombineerd met een slaapmiddel, waardoor u niet veel of niets van de operatie merkt. Bij opname kunt u uw keuze met de anesthesist bespreken.
3. De operatie
Er wordt een dun kijkertje (arthroscoop) via een klein (1 cm) sneetje aan de voorkant van de knie ingebracht. De kijker wordt aangesloten op een videocamera, die weer verbonden is met een beeldscherm. De kijker wordt tevens aangesloten op een lichtkabel waardoor de binnenkant van het gewricht goed verlicht wordt. Via een aparte aan- en afvoeropening wordt het gewricht de volledige tijd gespoeld met een zoutwateroplossing. Tijdens de operatie kan een tangetje of schaartje in het gewricht worden gebracht om de ingreep uit te voeren. De ingreep duurt ongeveer een half uur. Soms wordt gedurende de operatie besloten om direct een grotere snee in de knie te maken omdat de gevonden aandoening niet met een arthroscopie te behandelen is. De nabehandeling wordt dan dikwijls anders, dikwijls langduriger lees meer over Een kijkje in de gewrichten...



