Hepatitis B bij (adoptie)kinderen
Hoe te handelen als een kind met hepatitis B in Nederland komt wonen?
In het geval van adoptie behoort in het land van herkomst een gezondheidsrapport opgesteld te worden, waarin alle (medische) gegevens van het kind staan. Ervaringen leren dat lang niet altijd een (volledig) gezondheidsrapport wordt meegestuurd. Niet alle hepatitis B uitslagen worden in het rapport opgenomen of op de juiste manier vermeld. In Nederland is het raadzaam binnen 14 dagen na aankomst bij een kinderarts met tropenervaring langs te gaan voor herhalings- of vervolgonderzoek. Er is een lijst van kinderartsen die gespecialiseerd zijn in het consulteren van buitenlandse (adoptie)kinderen. Deze lijst is bij het Nationaal Hepatitis Centrum (NHC) op te vragen. De dokter is verplicht om een eventuele hepatitis B infectie te melden bij de GGD. Hierna kan advies door de GGD plaatsvinden ten aanzien van risicopreventie o.a. op school.
Chronisch ziekteverloop
Bij 90 procent van de kinderen die in hun eerste levensjaar besmet zijn met het hepatitis B virus, heeft de infectie een chronisch beloop. Veel kinderen ontwikkelen een chronische inactieve hepatitis B, sommigen echter een chronische actieve hepatitis B. Bij de overige 10 procent geneest de infectie vanzelf binnen zes maanden, waarbij deze kinderen de rest van hun leven immuun zijn tegen hepatitis B.
Chronische inactieve hepatitis B infectie
Bij een chronische inactieve hepatitis B is er geen of zeer niet veel ziekteactiviteit in het bloed te meten. Toch is het virus nog steeds in het lichaam present en ook de besmettelijkheid blijft. Het HBsAg blijft positief. Een chronisch inactieve hepatitis heeft op de lange duur meestal niet veel gevolgen en veroorzaakt niet veel tot geen klachten. Wel is er echter, na vele tientallen jaren van infectie, een gering verhoogd risico op leverkanker. In niet veel voorkomende gevallen kan het virus opeens (weer) actief worden. Waarom dit gebeurt, is nog niet precies bekend. Er ontwikkelt zich dan alsnog een chronische actieve hepatitis B. Dit is een zeer uitzonderlijke situatie, maar het is wel reden om deze kinderen onder controle te houden. Omgekeerd is er ook een mogelijkheid dat een chronisch inactieve hepatitis toch geneest. Deze mogelijkheid wordt op ongeveer 10 procent geschat. Bij uitzondering kan bij een chronisch inactieve hepatitis B ook het HBeAg positief blijven, als het kind als baby is besmet. Pas in de adolescentie kan het nodig worden deze kinderen te behandelen aangezien bij volwassenen meestal wel ziekteactiviteit optreedt. Onduidelijk is of dit ook op jongere leeftijd gebeurt. Daarom wordt tot nu toe nog geen behandeling gestart bij deze kinderen, tenzij uit leveronderzoek blijkt dat er wel activiteit present is.
Chronische actieve hepatitis B infectie
Bij een chronische actieve hepatitis blijft HBsAg en HBeAg in het bloed aantoonbaar. Niet iedereen met een chronische actieve hepatitis heeft klachten. Algemene vermoeidheidsklachten, plotseling opkomende vermoeidheid, vlagen van misselijkheid of buikpijn kunnen voorkomen, evenals spier- en gewrichtspijnen. Bij chronische actieve hepatitis B veroorzaakt het hepatitis B virus een langdurige infectie in de lever. Door deze leverontsteking kunnen er op den duur littekens in de lever ontstaan (na 10-25 jaar). Deze littekenvorming heet fibrose. Uiteindelijk kan fibrose overgaan in een ernstiger vorm, die cirrose genoemd wordt. Bij cirrose wordt de doorbloeding van de lever bemoeilijkt. Dit kan leiden tot ernstige complicaties. Soms wordt het virus na jaren spontaan opgeruimd door het afweersysteem. Dit gebeurt echter bijna nooit (< 1 procent per jaar). Het verdwijnen van het virus wordt soms vooraf gegaan door een tijdelijke stijging van de leverenzymen. Om de activiteit van het virus goed in het oog te houden is het belangrijk om onder controle van een specialist te blijven.




