Cocaïne, wat doet het?
Cocaïne wordt via een chemisch proces uit de bladeren van de cocaplant gehaald. Cocaïne is voornamelijk afkomstig uit Zuid-Amerika. Cocaïne is veelzijdig in gebruik. Je kunt het roken (dan noemen wij het crack), slikken en spuiten. Cocaïne ziet eruit als een wit/kristalachtig poeder. Voordat het op de markt komt wordt het vermengd met ander stoffen waardoor je niet precies zeker weet wat je gebruikt. Relatief gezien is cocaïne een erg kostelijke drug die maar heel kort werkt. Cocaïne heeft een oppeppende, stimulerende werking waardoor je geestelijke afhankelijk wordt vergroot. Cocaïne stimuleert je centrale zenuwstelsel waardoor je hartslag en ademhaling bespoedigen en je bloeddruk omhoog gaat.
Wat doet cocaïne?
Het onderdrukt je vermoeidheid en honger terwijl je uithoudingsvermogen groter wordt. Op de lange termijn verlies je gewicht, leid je aan slapeloosheid, angsten en waanvoorstellingen. Je lichaam is als het ware uitgeput. Cocaïne wordt meestal gesnoven. Het witte, kristalachtige poeder wordt dan in lijntjes gelegd en met een kokertje opgesnoven waardoor het via het neusslijmvlies in je bloedsomloop terecht komt. Snuiven kan op den duur je neustussenschot ernstig beschadigen. Cocaïne kan je ook spuiten. Je lost het dan op in water waarna je het in je ader injecteert.
Bij regelmatig en veel cocaïne gebruik verliest de gebruiker zijn eetlust, vermagert en gaat de lichamelijke conditie achteruit. De weerstand neemt af en er doen zich trillingen, bewegingsstoornissen en verstoringen van het hartritme voor. Verder kan cocaïne gebruik leiden tot uitputting, omdat de vermoeidheidsgevoelens verdwijnen. Dit geldt vooral als er ook alcohol wordt gebruikt.
Zwaar gebruik kan leiden tot waanvoorstellingen die beangstigend zijn. Dit kan omslaan in agressie. Door het niet steriel spuiten, kunnen er spuitabcessen ontstaan. Ook hier lopen mensen met een zwak hart, zwakke vaten, hoge bloeddruk, diabetes of epilepsie extra risico. Gebruik van crack brengt nog een extra lichamelijk risico met zich mee, bvb aantasting van de longen door de bloedvatvernauwing.



