Het juist inspuiten van insuline
De huidplooi
Insuline wordt onderhuids ingespoten. Het is de bedoeling dat de insuline vanuit het onderhuids weefsel in de bloedvaten wordt opgenomen. Onderhuids weefsel heeft men op vele plaatsen van het lichaam, maar niet alle plaatsen zijn even geschikt. Insuline kan best ingespoten worden ter hoogte van :
- voor- en zijkanten van de dijen
- de buitenkant van de bovenarm
- de buik behalve rond de navel en de taillelijn
Aandachtspunten
- Maak een goede huidplooi tussen duim en wijsvinger. Trek de plooi lichtjes naar boven.
- De huidplooi moet goed losliggen, dwz. de plooi moet als het ware heen en weer kunnen schuiven. Zo bevat de huidplooi enkel de huid en vetweefsel. Als je de huid EN de spier vasthebt, kan je de huidplooi NIET heen en weer schuiven.
- Als je te diep inspuit, spuit je in de spier. Hierin liggen bloedvaatjes. De kans is groter dat men de insuline dan in het ader spuit. De ingespoten insuline zal hierdoor veel sneller werken met als mogelijk gevolg een glycemieontregeling. Dit wordt voorkomen door een goede losse plooi te maken.
- Bij te oppervlakkig inspuiten van de insuline, krijg je een papel ter hoogte van de huid.
- In het algemeen kan men stellen dat het gebruik van zo kort mogelijke pennaaldjes aanbevolen is. Bij gebruik van 5 mm naaldjes is het maken van een huidplooi zelfs overbodig geworden.
De inspuiting
- De injectie moet op een steriele manier gebeuren.
- De injectie moet in de onderhuid gebeuren.
Aandachtspunten
- Ontsmet steeds de plaats waar geprikt wordt. Gebruik hiervoor altijd een alcoholdoekje. Ontsmet steeds ruimer dan de plaats waar je gaat prikken (± 15 sec.). Laat de ontsmettingsstof drogen.
- Maak met de ene hand een goede huidplooi, neem in de andere hand de pen of spuit vast. Dit vraagt wel wat oefening.
- Druk met een vrij snelle beweging de naald loodrecht in de huidplooi. Veel pijn doet dit niet daar de naalden heel fijn zijn (houd de huidplooi vast). Trek na de inspuiting de naald pas uit de huid nadat je tot 10 geteld hebt. Zo krijgen de laatste druppeltjes ook nog de kans zich in het vet te verspreiden. Masseer de inspuitplaats niet. De insuline moet traag vanuit de huid naar het ader worden lees verder




