vergroot: de ribben worden naar voren en omhoog getrokken. Het middenrif wordt minder bol. Door die verruimende beweging wordt ongeveer een halve liter lucht naar binnen gezogen. Wanneer wij ons flink inspannen, als bij het hardlopen, gaan wij sneller en dieper ademhalen. De hoeveelheid lucht die wij dan met één diepe teug naar binnen krijgen, kan wel tot vier liter stijgen. Als de spieren dan weer verslappen, veert de borstkas weer terug in haar originele stand en krimpt de long in elkaar: de lucht wordt uitgeademd.
Inademing is een actief proces, uitademing volgt (bij rustige ademhaling) door de
terugverende kracht van de thorax en de long zelf. Niet àlle lucht kan worden uitgeademd: zelfs na een krachtige uitademing blijft er altijd lucht in de longen achter, ongeveer 1,5 liter (het eind-expiratoir volume). Ademhalen gaat normaal gezien vanzelf, wij hoeven nooit te denken: ik moet ademhalen. Ook 's nachts gaat het proces gewoon door. (Er bestaat een aandoening waarbij dit niet het geval is: Ondine's vloek.) Anders dan bij de hartslag kunnen wij de ademhaling echter wel bewust een poos onderdrukken of extra ademhalen. In de hersenen bevindt zich een speciaal gebiedje, het
ademhalingscentrum? dat zowel de zuurstofconcentratie als de koolzuurconcentratie meet en de ademhalingsspieren tot actie aanzet. Als die ademhaling door ziekte bemoeilijkt is, ontstaat een benauwdheidsgvoel. Er komt dan een extra aantal hulpspieren in actie. Om de werking van die spieren te vergemakkelijken, ziet men benauwde mensen dikwijls rechtop in bed zitten. Buiten adem raakt men als het tempo van in- en uitademing niet is aangepast aan de inspanning. In de meeste gevallen passen onze ademhalingsorganen zich vanzelf aan, maar voor sommige activiteiten (zingen bijvoorbeeld) is een aparte ademhalingstechniek nodig. De longen zijn goed beschermd. In de
luchtwegen (neus, en keelholte, strottehoofd en luchtpijp) wordt de ingeademde lucht gezuiverd van grotere stofdeeltjes, voorverwarmd en vochtig gemaakt. Koude winterlucht is reeds op temperatuur (30 graden Celsius) voor zij de longen bereikt. Voor het schoonhouden van de luchtwegen dient een uitgebreid slijmtransportsysteem van heel fijne haartjes (trilharen) op het slijmvlies van de luchtpijp en de bronchiën. Die transporteren neergeslagen deeltjes weer naar de uitgang waar ze door hoesten uit de luchtwegen worden verwijderd.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze
nieuwsbief