Bestaat er een goede behandeling voor longfibrose?
De meeste mogelijkheid dat het ziekteproces kan worden vertraagd bestaat door zo snel mogelijk met de behandeling te beginnen. Voor de behandeling van longfibrose gebruikt men vooral medicijnen. Zij worden bij voorkeur ten minste drie tot zes maanden voorgeschreven. Deze periode is nodig om te zien of een bepaalde behandeling effectief is. Een combinatie van een aantal testen wordt gebruikt om te controleren hoe goed een bepaald medicijn werkt. Mogelijk dient de dosis (hoeveelheid toegediende werkzame stof) gevarieerd te worden zodanig dat het medicijn het beste resultaat geeft met de minste neveneffecten. Bij de meeste vormen van longfibrose wordt als behandeling in eerste instantie gestart met een hoge dosering prednison. Het effect van de behandeling van IPF is echter in het algemeen teleurstellend. Stabilisatie als gevolg van behandeling is meestal het hoogst haalbare.
Een belangrijk criterium of iemand reageert, is een verbetering van de tekortschietende zuurstofpassage in de long en het verbeteren van het welbevinden ofwel de kwaliteit van leven van de patiënt. Indien de fibrosevorming toeneemt, zal de zuurstofopname steeds moeizamer worden. Derhalve komt het lichaam verder in de problemen. Om de schade, door tekort aan zuurstof veroorzaakt, tot een minimum te beperken kan het nu onontbeerlijk worden extra zuurstof (O2) toe te dienen met bepaalde hulpmiddelen.
Indien reeds deze therapeutische maatregelen niet het gewenste resultaat hebben en de bindweefselvorming in de long zich verder uitbreidt, kan een longfibrosepatiënt zodanig in de problemen komen dat een longtransplantatie de enige mogelijkheid lijkt om te kunnen overleven. Longtransplantatie van één of alle twee longen is een alternatief voor medicinale behandeling van patiënten in het zware laatste stadium van longfibrose.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:http://www.longfibrose.nl)



