Longfibrose vaststellen, hoe gebeurt dat?
1. Röntgenfoto van de borst
Een röntgenfoto van de borst geeft een beeld van de longen en het daar omheen liggende weefsel. Bij een longfibrosepatiënt zijn op de foto gewoonlijk afwijkingen te zien, vooral in de onderste delen van de longen.
2. High Resolution Computed Tomography (HRCT) scan
Een CT scan van de borst is eigenlijk een serie speciale röntgenfoto’s die tezamen na een bewerking door een computerprogramma een overzicht kunnen geven van de long, zodanig dat de borst laagje voor laagje kan worden bekeken. Een computer wordt gebruikt om de foto’s, die genomen zijn vanuit die verschillende posities, te combineren en geeft de dokter aldus een goed overzicht van wat er aan de hand is in de longen en de borst.
3. Bloedtesten
Wanneer men vermoedt dat iemand een vorm van longfibrose heeft, zal de dokter ook het bloed van de patiënt willen analyseren. Zo kunnen bepaalde bloedtesten een aanwijzing geven voor een bepaalde ziekte als oorzaak van de longfibrose. Daarnaast kan men met het bepalen van het zuurstofgehalte in een slagader een indruk krijgen of de longblaasjes in staat zijn genoeg zuurstof (O2) op te nemen.
4. Longfunctietesten (ademhalingstesten)
Bij ademhalingstesten wordt de patiënt gevraagd door een mondstuk in en uit te ademen. Het mondstuk is verbonden aan een machine, die de hoeveelheid lucht die een patiënt gedurende een bepaalde periode in- en uitademt meet. De uitslag van deze meting geeft de dokter inzicht omtrent de inhoud en het functioneren van de lees meer over Longfibrose vaststellen, hoe gebeurt dat?



