Wat is een virus?
Virussen zijn ziekteverwekkende micro-organismen bij mens, dier, plant en bacterie. Hun afmetingen bedragen 5 tot 250 miljoenste deel van een millimeter. Het is het kleinste organisme en kan alleen met een elektronenmicroscoop worden waargenomen. Virussen zijn strikte parasieten omdat zij voor hun vermenigvuldiging levende cellen nodig hebben.
Virussen bestaan uit stukjes kernzuren, erfelijk materiaal, omgeven door een eiwitmantel. Ze worden naar hun erfelijke materaal ingedeeld in DNA – en RNA-virussen en naar hun gastheer in bacteriofagen, fagen van schimmels, virussen van plant en dier.
Virussen bezitten een aantal eigenschappen waardoor zij verschillen van andere micro-organismen. Zij zijn uitermate goed bestand tegen ongunstige omstandigheden. Zo kan het virus van de mozaïekziekte jarenlang in gedroogde tabak zijn levenskracht behouden. De weerstand tegen vochtige hitte is echter voor de meeste virussen niet bijzonder groot. De sterkste virussen verdragen een temperatuur tot ongeveer 90 graden celsius, terwijl verschillende soorten bacteriën temperaturen tot over de 100 graden Celsius kunnen verdragen. De merkwaardigste eigenschap van deze micro-organismen is het feit dat men virussen over het algemeen niet kan kweken op voedingsbodems als bacteriën. Alleen in levende cellen van zijn gastheer kan het virus blijkbaar leven.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



