Dyslexie, wat is er aan te doen?
Dyslexie (woordblindheid) heeft niets te maken met intelligentie. Je kunt zeer slim zijn en toch dyslexie hebben. Dyslexie vindt zijn oorsprong in de hersenen. Er is sprake van een foutieve beeldverwerking in de hersenen waardoor de woordbeeldvorming niet goed tot stand komt. Dyslexie is dus een stoornis in het leren lezen en spellen, maar niet iedere lees- en spellingsstoornis is dyslexie. Er zijn kinderen die niet kunnen leren lezen of schrijven omdat het hen aan intelligentie ontbreekt. Andere oorzaken voor leerstoornissen zijn gelegen in hersenbeschadigingen, emotionele, psychische en sociale problematiek, handicaps als blindheid of doofheid of tekort aan goed onderwijs. Dyslexie komt voor bij kinderen en volwassenen. Tegenwoordig wordt dyslexie vaak reeds in de lagere klassen van de basisschool onderkend. Het is belangrijk om zo snel mogelijk dit probleem bij kinderen te herkennen, om zodoende de sociale- en leerachterstand zoveel mogelijk te beperken. Bij volwassenen met dyslexie is het probleem dikwijls niet in hun jeugd onderkend. Zij kunnen problemen ondervinden bij studie of op het werk. Er is dikwijls veel te doen aan dyslexie. In dit dossier vind je achtergrondinformatie over de verschillende aspecten van dyslexie.
Wat is dyslexie?
Dys betekent stoornis, iets dat niet goed gaat, en lexie betekent woord. Als je dyslexie hebt en je slaat een boek open, dan kan het lijken alsof de bladzijden volgeschreven zijn met Arabische letters of Chinese karakters. Met heel veel puzzelen kom je er dikwijls wel uit, maar vlot lezen zal moeilijk zijn. Er zijn ook mensen met dyslexie die de letters wel gewoon zien staan, maar die niet kunnen bedenken hoe ze moeten klinken. De letter B bijvoorbeeld, spreek je die uit als bee, pee of dee? Dyslexie kent een aantal verschijningsvormen. Als je een lichte vorm hebt, valt het nauwelijks op. Je maakt alleen veel fouten met spellen en je leest wat langzamer. Maar als je een ernstigere vorm hebt, dan is het dikwijls een enorme beperking. Je kunt nauwelijks een boek lezen, en een brief schrijven is haast onmogelijk. Er is ook nog verschil in soorten dyslexie. Je hebt mensen die spellers genoemd worden, terwijl anderen bekend staan als raders. De spellers spellen elk woord letter voor letter. Ze lezen dikwijls heel langzaam en zijn dikwijls aan het eind van een zin alweer vergeten hoe hij begon. Bij raders zie je juist dat ze heel snel lezen. Ze lezen het woord wel maar kunnen niet op het woord komen, dus raden ze maar wat. Je kunt ook rader en speller tegelijk zijn.
Hoe komt het?
We weten niet precies hoe dyslexie ontstaat. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. De hersenen zijn erg ingewikkeld. Er gaan zeer veel signalen doorheen die allemaal precies op de juiste plek moeten uitkomen. Ook bij lezen is dit het geval. In het begin, als je net leert lezen, gaat het hakkelend en langzaam. Maar na een paar jaar oefenen worden de letters die je leest, direct omgezet in de juiste informatie. De hersenen zijn zo geoefend dat de signalen direct de juiste plaats bereiken. Bij dyslectische mensen gaat er daar ergens iets niet goed. De informatie kan de weg niet direct vinden of komt op een volledige verkeerde plek aan. Er zijn verschillende theorieën over hoe dat kan gebeuren. Sommige wetenschappers denken dat er iets fout gaat bij de aanleg van de hersenen. De hersenen bestaan uit twee helften; de linkerhersenhelft en de rechterhersenhelft. Er tussen zit de hersenbalk die de twee helften met mekaar verbindt. De twee hersenhelften moeten goed met mekaar kunnen samenwerken. Het is mogelijk dat bij mensen met dyslexie de twee hersenhelften niet goed samenwerken, dus dat de hersenbalk niet goed werkt. Anderen denken dat alleen de linkerhersenhelft niet goed werkt omdat het taalcentrum zich daar bevindt, of dat er in alle twee hersenhelften dingen fout gaan. Er zijn onderzoeksgegevens die erop wijzen dat in de hersenen van dyslectici subtiele afwijkingen voorkomen die reeds voor de geboorte zijn ontstaan. Sommige groepjes van cellen zitten niet op de plaats waar ze thuishoren. Die groepjes van 'misplaatste' cellen zijn vooral te vinden in de linkerhersenhelft. Aan de rechterkant zijn ze ook gevonden, maar minder talrijk. Ondanks het feit dat ons voornaamste taalcentrum aan de linkerkant zit, is het toch niet vreemd dat wellicht ook de rechterhersenhelft te maken heeft met dyslexie. Rechts zit ons vermogen tot ruimtelijke constructie, oftewel vorm en richting. Letters zijn eigenlijk vormpjes en bij nader inzien ook nog volledige vreemde vormpjes. De d en de D hebben een heel andere vorm, maar betekenen toch hetzelfde. En dezelfde letters vormen van links naar rechts dikwijls een andere betekenis dan van rechts naar links.
Bij wie komt het voor?
Naar schatting heeft zo'n vijf procent van de Nederlanders te kampen met dyslexie. Pas de laatste jaren wordt er langzamerhand wat meer bekend over dit verschijnsel. Daardoor lijkt het wel of dyslexie steeds vaker voorkomt, maar dat is niet zo. Vroeger werd iedereen die traag las of iedere keer weer dezelfde spelfouten maakte, voor lui of dom versleten. Inmiddels weten wij dat dit een vergissing is. Zeer intelligente mensen als Albert Einstein en Winston Churchill zijn beroemde dyslectici en toch bepaald niet dom of lui te noemen. Dyslexie komt ongeveer vier keer zo dikwijls voor bij jongens als bij meisjes. Waarom dit zo is, is nog onbekend. Daarnaast is het hoogstwaarschijnlijk erfelijk. In de ene familie komt dyslexie meer voor dan in andere. Er wordt op dit moment wel onderzoek gedaan om te ontdekken hoe het zit met die erfelijkheid, maar hoe het precies werkt, weten wij nog niet.
Is mijn kind dyslectisch?
In de praktijk wordt een kind dyslectisch genoemd als het een lees- en spellingsachterstand van tenminste anderhalf jaar heeft, vergeleken met leeftijdgenoten. Er is alleen sprake van dyslexie als er geen andere stoornissen in het spel zijn die de leesproblemen kunnen verklaren. Meestal wordt dyslexie bij een kind definitief vastgesteld in het derde of vierde basisschooljaar. Naast moeite met lezen hebben kinderen met dyslexie dikwijls ook nog andere bijkomende problemen. Ze hebben bvb moeite met het onthouden van telefoonnummers of boodschappenlijstjes. Ook handelingen waarbij je de handen heel snel en nauwkeurig moet kunnen bewegen, als pianospelen, is dikwijls een probleem. Soms zijn kinderen met deze aandoening ook extra onhandig in hun bewegingen. Allemaal logisch als je bedenkt dat er wellicht een foutje zit in de samenwerking tussen de twee hersenhelften. Sommige kinderen met dyslexie lezen traag en spellend, anderen juist te haastig en met veel fouten. De eerste groep kinderen is blijven hangen in een vroege fase van het leesproces waarin de controle van de rechterhersenhelft op het lezen zo belangrijk was (vorm en richting). Maar om vlot te kunnen lezen, moet de linkerhersenhelft lees meer over Dyslexie, wat is er aan te doen?




