Allergieën, hoe krijg je ze en hoe geraak je er van af?
Allergieën
Normaal gesproken beschermt het immuunsysteem ons tegen lichaamsvreemde stoffen die ongewenst of mogelijk schadelijk zijn. Dat is positief. Maar soms raakt het immuunsysteem ontregeld en reageert het op stoffen die niet gevaarlijk zijn. We spreken van een allergie als het lichaam hevig reageert op een op zich onschuldige stof die bij niet-allergische mensen geen reactie veroorzaakt. Die allergische reactie vindt plaats in de huid, luchtwegen of het maagdarmstelsel. De eigenlijk onschuldige stoffen die zo'n allergie uitlokken, heten allergenen. Dat kunnen heel veel verschillende dingen zijn: onedele metalen, huismijt, pollen, schilfers van de huid van katten, aardbeien, om er maar een paar te noemen. Als je eenmaal met zo'n stof in aanraking bent gekomen, onthoudt het immuunsysteem dat. Automatisch worden dan antilichamen tegen dat allergeen aangemaakt. Er ontstaat in het lichaam een reactie waarbij onder andere histamine wordt uitgescheiden. Dat leidt tot een allergische reactie. Steeds als je lichaam opnieuw in aanraking komt met die stof, wordt die herkend door het immuunsysteem. Als je er allergisch voor bent, volgt een allergische reactie. Dus als je allergisch bent voor de allergenen van katten, zal er steeds een reactie komen als je met katten in aanraking komt. Overigens is het mogelijk een allergie op te bouwen, dus misschien reageert iemand als kind niet allergisch op katten, maar op latere leeftijd wel. Er zijn veel symptomen die op een allergie kunnen wijzen, als een geïrriteerde huid, ademhalingsmoeilijkheden, een loopneus, niezen, jeuk en buikpijn.
Hoe krijg je een allergie?
Sommigen denken dat een allergie gewoon een foutje van de natuur is: het immuunsysteem denkt met een gevaarlijk virus of bacterie te maken te hebben en neemt daar maatregelen tegen, terwijl het in werkelijkheid om een onschuldige stof gaat. Anderen denken dat het immuunsysteem van allergische mensen een bepaalde functie mist, waardoor het niet adequaat reageert. Feit is dat er dikwijls sprake is van een erfelijke aanleg voor het ontwikkelen van een allergie. We noemen dat atopie. Naar schatting heeft 15 procent van de Nederlandse bevolking een aangeboren aanleg om allergisch te worden. Als kind erf je niet de allergie voor een bepaalde stof, maar het risico dat je allergisch wordt. Mensen die hieraan lijden, hebben een aangeboren aanleg om immunoglobuline E (een antilichaam) aan te maken. Dat antilichaam reageert heel snel op een allergeen als bvb huisstof of stuifmeel. Meestal gaat het om eczeem (atopische dermatitis), hooikoorts (allergische rhinitis) en allergische astma. Een kind heeft gemiddeld 10 procent mogelijkheid om in zijn leven een allergie te ontwikkelen. Heeft een broertje of zusje een allergie, dan is die mogelijkheid 20 procent. Wanneer één van de ouders een allergie heeft, is de mogelijkheid reeds 40 procent dat het kind allergisch wordt. Hebben alle twee ouders een allergie dan is dat zelfs 60 procent.
Zijn er tegenwoordig steeds meer mensen allergisch?
Ja, dat klopt. Uit een inventariserend onderzoek van de wetenschapswinkel 'Biologie Utrecht' blijkt dat allergische reacties in de luchtwegen meer voorkomen. Ook het aantal patiënten met een huidallergie lijkt toe te nemen, maar 100 procent zekerheid daarover bestaat nog niet. Er zijn grote verschillen lees meer over Allergieën, hoe krijg je ze en hoe geraak je er van af?




