Neusmasker
Lijdt de patiënt aan ernstig obstructief slaapapneu, dan gaat de voorkeur naar de CPAP-behandeling, voluit Continuous Positive Airway Pressure. ‘Een toestel blaast via een slangetje en een neusmasker de volledige tijd lucht onder licht verhoogde druk in de neusholte van de patiënt, zodat de keelholte niet meer kan toeklappen’, licht Boudewyns toe. ‘Voor patiënten met matig tot ernstig slaapapneu is deze behandeling vrij de gouden standaard. Velen voelen zich een ander mens nadat ze ermee gestart zijn. Alleen zien nogal wat mensen het niet zitten om de rest van hun leven met een maskertje en een toestel naast hun bed te slapen. Maar ook die mensen raden wij aan om het minstens een paar maanden te proberen. Velen voelen zich reeds na korte tijd veel beter uitgeslapen, en dat motiveert om het toestel te blijven gebruiken.’ Wie zich echt niet met de CPAP-behandeling kan verzoenen, kan kiezen voor een mondprothese of een heelkundige aanpak. Een operatie die reeds sedert de jaren tachtig wordt uitgevoerd, is de zogenaamde uvolopalatopharyngoplastie (UPPP). ‘De chirurg verwijdert in dat geval de amandelen, een reepje van het verhemelte en de huig. Daarna wordt het slijmvlies van de keelholte met behulp van hechtingsdraadjes volledig opgespannen. Doordat het opgespannen slijmvlies gedurende de nachtelijke ademhaling niet meer aan het trillen gebracht kan worden, vermindert het snurken’, zegt Hamans. De patiënten moeten er wel iets voor over hebben: drie dagen ziekenhuisverblijf, een week lang keelpijn en 14 dagen arbeidsongeschiktheid. De mogelijkheid op succes hangt samen met de ernst van het probleem. Bij snurkers is het succespercentage hoger dan tachtig procent, bij mensen met obstructief slaapapneu ligt dat percentage veel lager.
Titanium implantaat
Helemaal nieuw is tenslotte de zogenaamde hyoid-expansie, een ingreep die zich nog in een experimentele fase bevindt. Het UZA voerde deze als eerste uit, in samenwerking met het universitair ziekenhuis van Mannheim. Tot dusver werden dertig patiënten met matig tot ernstig obstructief slaapapneu behandeld. ‘Eenvoudig gesteld wordt het tongbeen van de patiënt verbreed met een titanium implantaat. Dat heeft als effect dat de keelholte breder wordt en minder gemakkelijk toeklapt’, legt Hamans uit. ‘Voor exacte cijfers is het nog te vroeg, maar tot nu toe zijn er reeds heel wat behandelde patiënten die hun CPAP-toestel niet meer nodig hebben. Momenteel wordt verder onderzoek gedaan om de techniek te vervolmaken en uit te maken voor welk type patiënt de ingreep een oplossing biedt.’ Snurken is een uitermate complex gebeuren met meestal verschillende oorzaken. Daardoor is het soms wat zoeken naar de juiste oplossing. In eerste instantie wordt dikwijls geopteerd voor de minst ingrijpende en meest comfortabele behandeling, als een mondprothese of radiofrequentie-ablatie. ‘Juist omdat het zo’n complex probleem is, is het heel belangrijk de patiënt goed in te lichten over de oorzaken’, stipt Hamans aan. ‘Ook moet hij zich bewust zijn van zijn eigen verantwoordelijkheid. Zo kunnen roken en overgewicht de mogelijkheid op een succesvolle behandeling sterk in de weg staan. Langs de andere kant wijzen wij de patiënt ook altijd op de langetermijnrisico’s van een onbehandeld slaapapneu. Is de patiënt eenmaal goed ingelicht over reeds die aspecten, dan vinden wij meestal snel een passende oplossing. De meeste mensen gaan opgelucht naar huis met het gevoel begrepen te worden én een concreet voorstel tot behandeling. Via onze multidisciplinaire aanpak zoeken wij een geschikte aanpak voor iedere patiënt.’ ‘Het loont met andere woorden de moeite om het probleem aan te pakken’, besluit Boudewyns.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




