Vijf belangrijke eigenschappen van honing
Antibacteriële werking
Deze werking berust op twee mechanismen, aan de ene kant de hyperosmolariteit van honing en aan de andere kant de intrinsieke antibacteriële werking van honing. De hyperosmolariteit van honing zorgt ervoor dat water uit het weefsel wordt aangetrokken. Daardoor is er een lage waterdampspanning of aw-waarde (= de behoefte aan water, die een bacterie nodig heeft om te overleven). De intrinsieke antibacteriële activiteit berust op de werking van het enzym glucose-oxidase, dat afkomstig is uit de voedersapklier van de bij. In een verdunde oplossing zet het enzym glucose om in gluconzuur en waterstofperoxide. Deze waterstofperoxide is een doeltreffend antimicrobieel middel. Werkzame verdunde honing voorziet in een traag vrijkomen van dit waterstofperoxide, zodat de stof dienst kan doen als een goed anti-septicum.
Ontgeurende werking
Het verdrijven van de slechte geur is een te verwachten gevolg van de antibacteriële activiteit van honing. De slechte geur wordt veroorzaakt door de afvalstoffen die bacteriën produceren. Wanneer het aantal bacteriën daalt, dan zal het aantal afvalstoffen ook dalen. De snelheid van de ontgeurende werking is naar alle waarschijnlijkheid te wijten aan het verdwijnen van de bacteriën.
Débriderende werking
Het débriderend effect wordt veroorzaakt door de stimulatie van de autolyse van het necrotisch weefsel. Dit gebeurt lees meer over Vijf belangrijke eigenschappen van honing




