Onderbouwde kritiek op de MTA Study is van groot belang, omdat tal van wetenschappers in Europa geneigd zijn om de resultaten vrij te accepteren. Zo maakte het Britse National Institute for Clinical Excellence (NICE) in oktober vorig jaar bekend dat deze organisatie zich toelegt op voorlichting over het gebruik van MPH, terwijl woordvoerders naar de MTA Study verwijzen als een ‘gedegen uitgevoerd onderzoek’. In essentie steunt NICE het gebruik van MPH, hoewel wordt erkend, dat ‘het medicijngebruik zou moeten worden beëindigd, als er niet binnen een maand verbetering van symptomen wordt geobserveerd.’
In het NICE-rapport wordt niet vermeld, dat ongeveer dertig procent van de kinderen geen response op de medicatie vertoont en dat wel vijftig procent hinder heeft van bijwerkingen van de gebruikte medicijnen. Professor Baldwin stelt: ‘Bijwerkingen van MPH en ongewenste reacties op dit medicijn zijn onder meer: aantasting van het centrale zenuwstelsel, maag en darmen, cardiovasculaire effecten, verstoring van de leverfunctie, stuiptrekkingen, afhankelijkheid van medicijnen (medicatie) en medicijnverslaving, ontwenningsverschijnselen, haaruitval, vermindering van het aantal witte bloedcellen, agitatie, vijandig gedrag, depressie, abnormaal denken, hallucinaties, psychosen, emotionele labiliteit, overdosis en zelfmoord. Ook schrijft hij: ‘Paradoxaal is dat er geen sprake is van de veronderstelde gunstige effecten van MPH op gedragsproblemen, als passiviteit, beperkte aandacht en verminderde spontaniteit, maar dat deze problemen juist door de toxische effecten van psychestimulerende middelen worden veroorzaakt.’ Feitelijk heeft MPH tal van ernstige bijwerkingen, hoewel in het NICE-rapport alleen zenuwachtigheid en slapeloosheid als veel voorkomende neveneffecten worden genoemd, en beweerd wordt dat de andere gerapporteerde effecten relatief ‘van minder belang’ waren.
Al is de Amerikaanse en Britse psychiatrische gemeenschap het erover eens dat deze controversiële stoornis geneeskundig moet worden behandeld, er zijn aanwijzingen dat het debat een keerpunt heeft bereikt. Recent zijn in de Verenigde Staten verschillende legale acties gelanceerd tegen niet alleen Novartis, maar ook de American Psychiatric Association voor vermeende fraude en corruptie en zijn er vergelijkbare acties in Engeland. Met de problemen met MPH kwamen ook steeds meer veelbelovende behandelmethoden, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van medicijnen. Zo kan bvb het veronderstelde nut van voedingskundige therapieën en behandeling van vergiftiging door zware metalen met steeds meer wetenschappelijk bewijs worden gestaafd.
Voedingskundige benaderingen
Twintig jaar geleden opperden Sally Bunday en haar moeder, wijlen Irene Colquhoun, oprichters van de Britse Hyperactive Children’s Support Group (HACSG) als eersten dat een tekort aan essentiële vetzuren een rol zou kunnen spelen bij de ontwikkeling van ADHD. Nadat zij gedurende langere tijd een groep hyperactieve kinderen hadden gevolgd, constateerden zij, dat de diagnose van ADHD meer bij jongens dan bij meisjes wordt gesteld. Tevens ontdekten zij een verband met astma, eczeem en andere allergische reacties, terwijl uit analyse van haar van de kinderen een tekort aan zink bleek. Bepaalde klinische tekenen, als extreme dorst, frequent urineren, droge huid en droog haar, komen overeen met symptomen van een tekort aan essentiële vetzuren. In de Verenigde Staten heeft wijlen dr. Benjamin Feingold een speciaal dieet voor kinderen ontwikkeld. Hij vindt dat kinderen met ADHD bepaalde kunstmatige toevoegingen en specifieke voedingsproducten, met name vruchten, dienen te vermijden. De natuurlijke salicylzuren in deze producten zouden de conversie van meervoudig onverzadigde vetzuren van het lange keten type in prostaglandines kunnen belemmeren. Nadat patiëntjes baat bleken te hebben bij het dieet van dr. Feingold, werden in de Verenigde Staten tal van organisaties opgericht die deze methode voorstaan en het werk van de dokter actief promoten. Ook in Europa zijn er artsen die het dieet van dr. Feingold voorschrijven aan kinderen met ADHD.
Essentiële vetzuren
Aansluitend op het baanbrekende werk van dr. Bunday levert onderzoek steeds meer bewijzen op voor de belangrijke rol van essentiële vetzuren. Een beperkte lichaamsreserve of een te lage productie van deze vetzuren kan in belangrijke mate bijdragen tot een verscheidenheid aan samenhangende stoornissen bij kinderen, als ADHD, dyslexie, astma, allergieën en zelfs autisme. In een aantal gevallen kan het gebruik van supplementen van vetzuren waardevol zijn. Klinische kenmerken van ADHD en, bijvoorbeeld, dyslexie overlappen mekaar voor ongeveer dertig tot vijftig procent.
Vetzuren spelen een essentiële rol bij de vorming van hersenstructuren en zijn van groot belang voor het functioneren van de hersenen. Twee van deze vetzuren – arachidezuur en docosahexanoïdezuur (DHA) – zijn bepalend voor het functioneren van de hersenen en de ogen. Ze maken twintig procent van het droge gewicht van de hersenen uit en meer dan dertig procent van de retina. Twee andere – eicosapentaenoïdezuur (EPA) en dihomogammalinolzuur (DGLA) – zijn cruciaal voor de normale ontwikkeling van de hersenen, maar spelen een minder grote structurele rol. De absoluut essentiële vetzuren die het lichaam niet kan omzetten en die om deze reden uit voeding moeten worden gehaald zijn linozuur (omega-6 series, waartoe arachidezuur en DGLA behoren) en alpha-linolzuur (omega-3 series, waartoe EPA en DHA behoren). Zowel arachidezuur als DHA zijn meervoudig onverzadigde vetzuren. De voorlopers van essentiële vetzuren kunnen deze vetzuren doorgaans omzetten. Die zijn cruciaal, het zijn voorlopers van een complexe groep van biologisch zeer actieve bestanddelen, inclusief prostanoïden (prostaglandines, thromboxanes en prostacyclins, onder andere) en leukotrienen. Deze bestanddelen hebben tal van regulerende functies in de hersenen en de rest van het lichaam.
Onderzoek door dr. M. Makrides en zijn team heeft uitgewezen, dat baby’s aanmerkelijk voordeel kunnen hebben bij de meervoudig onverzadigde vetzuren die van nature in moedermelk voorkomen, maar dikwijls in flesvoeding ontbreken. Hoewel het van groot belang is om zowel gedurende de groei als op volwassen leeftijd over voorraden van essentiële vetzuren te kunnen beschikken, is met name de conversie van linolzuur en alpha linolzuur in hun derivaten van meervoudig onverzadigde vetzuren bepalend voor het functioneren van de hersenen. Helaas zijn er echter enkele factoren die deze conversie kunnen belemmeren, zoals:
- Verzadigde of gehydrogeneerde vetten
- Tekorten aan vitaminen en/of mineralen (met name zink)
- Teveel alcohol
- Stresshormonen
- Diabetes, eczeem, astma of andere allergische aandoeningen
Bijgevolg kan er, zelfs als de voeding genoeg vetzuren bevat, sprake zijn van een inadequate niveaus van meervoudig onverzadigde vetzuren als gevolg van een beperkte conversie. Bovendien verschillen mensen, wat betreft genetisch en constitutioneel vermogen, om deze conversie te vergemakkelijken. Alle bovengenoemde factoren, evenals factoren die tot ziekte bijdragen, getuigen van het nut dat het gebruik van supplementen van meervoudig onverzadigde vetzuren kan hebben.
Kenmerken van tekorten aan essentiële vetzuren
Het is algemeen bekend, dat er meer jongens dan meisjes met ADHD zijn. Gesproken wordt van een verhouding van twee op één en sommige onderzoekers menen zelfs dat er voor elk meisje met ADHD tien jongens met de aandoening zijn. Dit snijdt hout als ADHD in de eerste plaats wordt veroorzaakt door tekorten aan essentiële vetzuren, aangezien mannen kwetsbaarder zijn dan vrouwen als het om een tekort aan meervoudig onverzadigde vetzuren gaat. Van grotere percentages mannen is ook sprake bij andere ontwikkelingsstoornissen die klinisch verband houden met ADHD, als dyslexie en dyspraxie (stoornis in bewegingscoördinatie).
Tal van minder ernstige fysieke afwijkingen, als abnormaal geplooide handen, worden in verband gebracht met ADHD. Bij de celafwijkingen die hieraan naar alle waarschijnlijkheid ten grondslag liggen, spelen essentiële vetzuren, fosfolipiden en hun metabolieten belangrijke rollen. Hyperactieve kinderen hebben over het algemeen ook meer chronische gezondheidsproblemen, als astma en allergieën, dan kinderen die geen ADHD hebben. Kinderen met ADHD blijken meer slaapproblemen te hebben dan normale kinderen. Ze komen met moeite tot rust, ze worden’s nachts wakker en zijn ’s ochtends oververmoeid. Meervoudig onverzadigde vetzuren spelen een belangrijke rol bij de controle van slaapmechanismen, aangezien ze een directe invloed uitoefenen op de structuur van neuron membranen en indirect van invloed zijn op de dynamiek van complexe lipiden, prostaglandines, neurotransmitters, aminozuren en door witte bloedlichaampjes geproduceerde actieve stoffen, die nodig zijn voor de initiatie en het verloop van normale slaap.
ADHD kinderen hebben over het algemeen meer fysieke klachten dan normaal gezonde kinderen. Zo zijn zij meer ontvankelijk voor infecties, hebben meer maagpijn, hoofdpijn, of voelen zich over het algemeen niet lekker, zonder duidelijk aanwijsbare reden. Uit een onderzoek naar kinderen met ADHD is gebleken, dat 24 procent van de jongens en 35 procent van de meisjes in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar voldeden aan de criteria voor somatisatiestoornissen, die worden gekenmerkt door grote verscheidenheid aan lichamelijke klachten.
Omdat essentiële vetzuren en hun derivaten een kritieke rol spelen bij de regulering van bepaalde aspecten van het immuunsysteem en de spijsvertering, kan een tekort aan deze vetzuren bijdragen tot algemene gezondheidsproblemen, als ontvankelijkheid voor infecties, spijsverteringsstoornissen en aanverwante aandoeningen. Symptomen van depressie, vrees en een beperkt gevoel van eigenwaarde zijn typerend voor ADHD, een aandoening die verband houdt met andere gedrags- en emotionele stoornissen. Ongeveer 44 procent van de patiënten heeft ten minste een andere psychische afwijking. Steeds meer onderzoeksresultaten tonen aan, dat een tekort aan omega-3 vetzuren belangrijk zou kunnen zijn bij depressie. Een recente dubbelblinde, placebogecontroleerde studie heeft uitgewezen, dat omega-3 vetzuren een gunstige uitwerking hebben bij kortstondige verslechtering van een bipolaire stoornis.
Kinderen met ADHD hebben dikwijls een slechte motorische coördinatie, evenals minder ernstige neurologische afwijkingen, als zenuwtrekken en bruuske bewegingen. Bij de totale bevolking worden bewegingsstoornissen in verband gebracht met tekorten aan meervoudig onverzadigde vetzuren. Een slechte motorische coördinatie stemt ook overeen met tekorten aan vetzuren. De geobserveerde overlap van ADHD met dyslexie lijkt groter als er sprake is van een aandachtsstoornis zonder duidelijke hyperactiviteit, in plaats van een voornamelijk hyperkinetische vorm van ADHD. De gemeenschappelijke kenmerken bestaan uit aantasting van specifieke aspecten van de visuele en cognitieve functie. Verondersteld wordt, dat tekorten aan vetzuren bijdragen tot de ontwikkeling van dyslexie. Steeds meer onderzoeksresultaten wijzen erop, dat het gebruik van supplementen van vetzuren kan leiden tot verlichting van bepaalde aspecten van dyslexie.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




