De placenta zorgt voor aan- en afvoer van allerlei stoffen
De Placenta
Placenta is afgeleid van het Griekse woord plakous, dat koek betekent. Vandaar dan ook de Nederlandse benaming moederkoek. Omdat de placenta pas geboren wordt na dat het kind geboren is, spreekt men ook wel van nageboorte. In de placenta bevinden zich holtes (lacunes) waar doorheen het bloed van de moeder stroomt. Het bloed van de moeder komt niet rechtstreeks in contact met het bloed van de baby. Hier zit een dun vliesje tussen. Door dit vliesje kunnen voedingsstoffen die in het bloed van de moeder zijn opgelost, in het bloed van het kind komen. Op deze manier komt ook zuurstof (O2) van de moeder in het bloed van de baby. Omgekeerd gaan koolzuurgas en afvalstoffen uit het bloed van de baby over in het bloed van de moeder. In de placenta is dus een zeer actieve uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen plaats, waardoor de baby zich kan ontwikkelen en groeien. Een groot aantal gevaarlijke stoffen worden gefilterd en komen niet door de placentabarrière heen, dit is belangrijk voor het ongeboren kind, maar stoffen als alcohol en nicotine kunnen de baby wel bereiken, evenals bepaalde ziekteverwekkers als rodehond. De placenta produceert ook hormonen, vanaf de derde maand maakt de placenta het hormoon progesteron, dat ervoor zorgt dat de baarmoeder in de juiste conditie blijft. In het begin maakt de placenta reeds het hormoon HCG, het hormoon dat de zwangerschapstest positief maakte. Verder in de zwangerschap maakt de placenta ook een toenemende hoeveelheid oestrogenen hormonen, die voor de groei van baarmoeder en een goede doorbloeding zorgen. Je zal wel begrijpen dat een niet goed functionerende placenta grote gevolgen voor het verloop van de zwangerschap heeft.
Vruchtwaterzak
Tegelijk met de innesteling ontstaat een met vruchtwater gevulde holten. Dit is de Amnionholte ofwel vruchtwaterzak die het kind tot aan de geboorte zal beschermen tegen schokken en stoten.




