Albinisme, een tekort aan pigment
Mensen met albinisme maken ongeveer geen pigment aan. Pigment is een kleurstof die zorgt voor haarkleur en kleur aan de huid en ogen. Mensen met albinisme hebben een zeer witte huid die niet bruin wordt in de zon. Het haar is dikwijls blond tot spierwit, maar kan ook donker zijn. De ogen zijn meestal licht gekleurd, soms rozerood. Iemand met albinisme ziet minder scherp. Dat komt omdat de gele vlek in het netvlies van het oog niet goed is aangelegd. Daarnaast zijn de ogen extra gevoelig voor licht. Als de huid te niet veel pigment vormt, verbrandt u snel in de zon. Een goede sun-blocker (factor 30) biedt dan uitkomst. Zorg ervoor dat u zich op geregelde tijdstippen insmeert en dat u de huid beschermt tegen te veel zonnestralen. Bijvoorbeeld door uw armen en hoofd te bedekken als u naar buiten gaat en een donkere bril te dragen. Bij mensen met albinisme komen bepaalde oogafwijkingen voor, als scheelzien, astigmatisme (afwijkende vorm van de oogbol) en nystagmus. Nystagmus wil zeggen dat de ogen heel snel heen en weer bewegen, als bij mensen die in de trein naar buiten kijken.
Albinisme is erfelijk. De ziekte kan op twee manieren worden doorgegeven aan het nageslacht:
- Autosomaal recessief. Beide ouders moeten de aanleg aan het kind doorgeven. De ouders zijn drager, maar hoeven zelf geen albinisme te hebben. Kinderen die op deze manier albinisme krijgen, hebben pigmentstoornissen aan de ogen, de huid en het haar.
- Geslachtsgebonden. Bij deze vorm van overerving krijgen alleen mannen de aandoening, terwijl vrouwen de ziekte doorgeven. Vrouwen kunnen dus alleen drager zijn. Mannen met deze vorm van albinisme hebben alleen een pigmentstoornis aan de ogen.




