HIV en AIDS: een uitgebreid dossier
Wat is HIV en aids?
HIV is de naam van een virus (humaan immunodeficiëntie virus). Iemand met HIV is besmet met dit virus. Dat wil nog niet zeggen dat hij ook aids heeft. Men spreekt pas van aids als iemand met HIV bepaalde symptomen krijgt. Aids staat voor 'acquired immune deficiency syndrome': een verworven (dus niet aangeboren) probleem in het immuunsysteem. De vooruitzichten voor mensen met HIV of aids zijn tegenwoordig veel beter dan een aantal jaren geleden. Dankzij moderne behandelingen blijven HIV-patiënten vele jaren langer vrij van aids - misschien zelfs wel voor altijd. Ook voor mensen die reeds aids hebben is behandeling veel beter mogelijk.
Verschijnselen van HIV en aids
De eerste jaren geeft een HIV-infectie geen klachten. Als iemand geen medicijnen slikt, krijgt hij op den duur echter aids. Klachten die daarbij horen zijn aanhoudende koorts, diarree en gewichtsverlies. Daarnaast ontstaan de zogenoemde opportunistische infecties. Deze infecties komen alleen maar voor bij mensen met aids. Ze geven problemen in de luchtwegen, het maagdarmkanaal, het centrale zenuwstelsel, de huid en/of de slijmvliezen. Ook lopen aidspatiënten een verhoogde mogelijkheid op atypische tuberculose (tbc). Deze besmettelijke vorm van open tbc gaat samen met hoesten, koorts, slechte eetlust, afvallen, toenemende vermoeidheid, nachtzweten en opgezette lymfeklieren. Verder kunnen mensen met aids te maken krijgen met:
- parasitaire longontsteking;
- infectie van de mond en slokdarm;
- hersenontsteking (encefalitis);
- blaasjes op de geslachtsdelen die langer dan een maand blijven bestaan;
- dikkedarmontsteking (colitis) en netvliesontsteking (retinitis);
- mycobacterium avium complex (MAC of MAI), een bacteriële infectieziekte met koorts, nachtzweten, niet veel zin in eten en diarree;
- bepaalde vormen van kanker, als Kaposisarcoom;
- neurologische aandoeningen, als motorische stoornissen.
Besmetting met HIV
Het HIV-virus kan overgebracht worden door onveilig vrijen, dus vrijen zonder condoom, maar ook door besmette injectienaalden of een bloedtransfusie. Kinderen van een seropositieve moeder raken soms bij de geboorte besmet met het HIV-virus. Ze kunnen ook besmet worden via een bloedtransfusie of moedermelk. In Nederland is de mogelijkheid hierop heel klein want er bestaan speciale richtlijnen voor vrouwen die zwanger zijn met HIV. Ooit raken kinderen besmet door seksueel contact (bijvoorbeeld door incest). Herbesmetting met HIV is naar alle waarschijnlijkheid mogelijk als iemand met HIV onveilig vrijt met iemand die ook besmet is, maar aangetoond is dit nog niet. Voor acupunctuur of het laten aanbrengen van tatoeages hoeft u niet bang te zijn als er met wegwerpnaalden of gesteriliseerde naalden wordt gewerkt. Gaatjes in oren of voor piercings moet u laten prikken met gesteriliseerde instrumenten of wegwerpmateriaal.
U kunt níet besmet raken met HIV via:
- huidcontact, kussen, handen geven, zweet, tranen, adem, hoesten en niezen. U kunt ook rustig andermans glazen, bestek, beddengoed, wc, douche/badkamer of keuken gebruiken omdat het virus in de buitenlucht niet blijft leven;
- muggen- of vlooienbeten of via andere dieren;
- zwemmen en saunabezoek.
Een ander hardnekkig misverstand is dat vooral homoseksuelen besmet raken met HIV. Maar de verspreiding van HIV hangt samen met risicovolle handelingen, als onveilige seks en onveilig spuiten, en niet met seksuele voorkeuren.
Hoe wordt HIV / aids vastgesteld?
HIV wordt vastgesteld met een bloedonderzoek. Als blijkt dat het HIV in het bloed zit, herhaalt men de test meestal om zeker te zijn van de uitslag. Wijst die tweede test ook lees meer over HIV en AIDS: een uitgebreid dossier




