Een slechte doorbloeding bij handen of voeten
Wat zijn wintertenen?
Veel mensen kennen het wel: blauwrode, gezwollen en hevig jeukende tenen of vingers. Wintertenen en -handen komen, als de naam al aangeeft, bijna altijd voor in de winter. Het menselijk lichaam past zich aan de temperatuur van de omgeving aan. Bij koud weer trekken de kleine bloedvaatjes in de huid samen, om zo de lichaamstemperatuur op peil te houden. Dit gebeurt vooral in de uiteinden van het lichaam: handen, voeten, neus en oren. Soms vermindert hierdoor de doorbloeding, omdat het bloed in de bloedvaatjes niet doorstroomt. Deze lichaamsdelen kunnen dan onderkoeld raken. De doorbloeding komt weer langzaam op gang als u weer in een warme omgeving komt, bvb wanneer u van buiten naar binnen gaat. Dit veroorzaakt een tintelend en soms pijnlijk gevoel. Ook kunnen de tenen en vingers hierdoor hevig gaan jeuken. Bij langdurige onderkoeling kan door gebrek aan zuurstof (O2) het weefsel beschadigen, en ontstaan er weke blauwrode zwellingen (koubulten) en blaren. De verschijnselen van winterhanden en wintertenen verdwijnen vanzelf als de doorbloeding weer goed verloopt. De medische naam van winterhanden is perniones.
Preventie van wintertenen
U kunt wintertenen en -handen voorkomen door handen en voeten warm te houden en de doorbloeding te stimuleren. Trek bij koud weer goedzittende schoenen en warme sokken en handschoenen aan. Zorg dat uw tenen en handen genoeg ruimte hebben om te bewegen, zodat het bloed goed blijft stromen. Er zijn vele manieren om wintertenen of -handen te voorkomen, niet één ervan is wetenschappelijk onderbouwd. Enkele veelgebruikte behandelingen zijn: wisselbaden, hoogtezon, vitamine D en het gebruik van sommige middelen tegen hoge bloeddruk.


