Welke zijn de bijwerkingen van MS-behandelingen?
Beta-interferonen
De onmiddellijke bijwerkingen van beta-interferon verschillen lichtjes afhankelijk van het type dat wordt gebruikt en de manier waarop het wordt ingespoten. Een ontstekingsreactie op de plaats van de inspuiting en een griepachtige toestand in de eerste weken na de aanvang van de behandeling komen niet bijna nooit voor. Omdat beta-interferon nog maar een beperkt aantal jaren bij MS in gebruik is, kan men nog niet met zekerheid weten of er ook geen laattijdige bijwerkingen zullen optreden. Regelmatige controles bij een neuroloog met onderzoek van het bloed zijn daarom aangewezen.
Glatirameer-acetaat
De bijwerkingen van glatirameer-acetaat zijn zeer beperkt. Een lokale reactie op de plaats van de inspuiting met roodheid en verharding kan voorkomen, maar verdwijnen meestal na enkele weken. Meer verbazend is een algemene reactie die onmiddellijk na de inspuiting bij ongeveer 15 procent van de patiënten een keer kan voorkomen en bestaat uit een rood oplopend aangezicht, soms pijn over de borst met hartkloppingen, ademhalingsstoornissen en angstgevoel. Deze verschijnselen duren minder dan dertig minuten en laten geen verwikkelingen na. De reactie zal bij eenzelfde patiënt bijna nooit meer dan een keer voorkomen.
Wat met zwangerschap?
Het is op dit ogenblik nog niet gekend of beta-interferon en glatirameer-acetaat een schadelijk effect kunnen hebben op de vrucht in de baarmoeder of op het jonge kind. Wel is aangetoond dat bij een vrouw die beta-interferon krijgt, de mogelijkheid om zwanger te worden is verkleind. Veiligheidshalve zullen deze producten niet voorgeschreven worden bij vrouwen die zwanger zijn of bij vrouwen die zwanger wensen te worden, en evenmin bij vrouwen die borstvoeding geven.



