De hernia, uitvoerig besproken!
Wat is een hernia
Een hernia is een ander woord voor uitstulping. Een uitstulping van de tussenwervelschijf wordt ook wel een Hernia Nuclei Pulposi (HNP) genoemd. Deze uitstulping kan op een zenuw drukken, waardoor er pijnklachten in een arm of een been kunnen ontstaan. De HNP (vanaf nu "hernia" genoemd) komt in het westen dikwijls voor. Een exacte verklaring hiervoor is niet bekend, maar zeer naar alle waarschijnlijkheid spelen de houding (veel zitten) en een tekort aan gezonde lichaamsbeweging een rol. Hernia's (en rugklachten in het algemeen) kunnen in bepaalde families meer voorkomen.
Anatomie van de wervelkolom
De wervelkolom vormt de spil van het bewegingsapparaat. Ze omhult het ruggenmerg en de zenuwwortels, en vormt een aanhechtingspunt voor alle belangrijke spieren van de romp. De wervelkolom bestaat uit:
- 7 nek- (of cervicale) wervels C1 t/m C7,
- 12 borst- (of thoracale) wervels Th 1 t/m Th 12,
- 5 lende- (of lumbale) wervels L1 t/m L5,
- het heiligbeen (of sacrum (S)) met het staartbeentje (stuitje).
Het wervelkanaal wordt van boven naar beneden op elk niveau gevormd door de wervelbogen, die vastzitten aan de wervellichamen, en die aan de achterkant uitlopen in een uitsteeksel dat midden op de rug kan worden gevoeld. Binnen in het wervelkanaal loopt van boven naar beneden het ruggenmerg (tot aan de 2e lendewervel). Onder dit niveau gaat het ruggenmerg over in een bundeling van zenuwwortels, de cauda genoemd. Zowel het ruggenmerg als de cauda liggen binnen in een koker van hersenvliezen, de zogenaamde durale zak, waarin ze in hersenvocht schokvrij zijn opgehangen. De zenuwwortels ontspringen uit het ruggenmerg en verlaten, één voor één telkens links en rechts tussen twee wervels het wervelkanaal. Vlak bij de plaats waar zo'n zenuwwortel het wervelkanaal verlaat bevindt zich de tussenwervelschijf. Als zich op die plek een uitstulping ontwikkelt kan dat aanleiding geven tot beklemming van de zenuwwortel. De functie van de zenuwwortel is tweeledig:
- de zenuw zorgt voor de geleiding van elektrische impulsen van de hersenen naar bepaalde spieren,
- bovendien voor de geleiding van impulsen van gevoelszintuigen (bijvoorbeeld van delen van de huid) naar de hersenen.
De hernia
Slijtage (of degeneratie) van een tussenwervelschijf is een proces dat gedurende het leven bij elk mens in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Dat kan aanleiding geven tot rugklachten, hoewel dat lang niet altijd gebeurt. Vaak komen rugklachten of hernia's in bepaalde families wat meer voor. Zwaar werk met veel bukken en tillen kan wel meer rugklachten geven, maar het ontstaan van een hernia wordt er niet door veroorzaakt. Hernia's komen even dikwijls voor bij mensen die licht werk doen als bij mensen die zwaar werk doen. Opvallend is dat rokers meer rugoperaties ondergaan en dat bij deze groep patiënten het resultaat van de rugoperatie gemiddeld slechter is dan bij niet-rokers.
Indien er degeneratie van de tussenwervelschijf optreedt kan deze gaan puilen. Soms treedt er zelfs een scheur in de vezelring van de schijf op, waardoorheen dan stukken van de weke kern naar buiten kunnen worden geduwd in de richting van het wervelkanaal. Meestal scheurt de ring op de zwakste plek, en dat is precies op de plaats waar de zenuwwortel het wervelkanaal verlaat. Dit zal dan meestal leiden tot beknelling van een zenuwwortel en tot pijnuitstraling in het been en eventueel ook tot uitvalsverschijnselen (verlamming en een slapend gevoel). Omdat bij hoesten, niezen en persen de druk in het wervelkanaal wordt verhoogd, en dus ook de druk op de zenuwwortel, kan hierbij de pijnuitstraling toenemen.
Het stellen van de diagnose
Meestal wordt eerst een röntgenfoto van de lendenwervelkolom gemaakt. Op die foto kan de diagnose hernia niet worden gesteld, maar het is wel mogelijk om hiermee afwijkingen van het bot op het spoor te komen. Bovendien kan worden beoordeeld of er bvb sprake is van een standsafwijking, of van een of andere vormafwijking van de wervelkolom. Om aan te tonen dat de pijn in het been (en de eventuele uitvalsverschijnselen) inderdaad veroorzaakt wordt door het uitstulpen van een tussenwervelschijf, moet verder onderzoek worden verricht. Er zijn 3 soorten onderzoek die hiervoor in aanmerking komen:
- CT scan (Computer Tomogram). Wanneer de verschijnselen duidelijk zijn en de patiënt niet te dik is kan dit onderzoek genoeg anatomische informatie verschaffen om de diagnose "hernia" te stellen. Op de CT-scan is de hernia namelijk zichtbaar, evenals de beknelling van de zenuwwortel.
- MRI scan (magneet scan). Dit onderzoek is zo langzamerhand in ongeveer alle ziekenhuizen in Nederland mogelijk, en heeft de caudografie van de eerste plaats verdrongen. In de meeste gevallen zal het mogelijk zijn om met een MRI de diagnose hernia te stellen, want met de MRI wordt de hernia zichtbaar, alsook de beknelling van de zenuwwortel.
- caudografie ("ruggenprik" of contrast onderzoek van het wervelkanaal) De liquorruimte in het wervelkanaal wordt te zien gemaakt met contrastmiddel. Eventueel aangevuld met een CT scan kan dit onderzoek zeer nuttige aanvullende informatie geven, want hiermee kan de beknelling van de wortel en soms ook de hernia te zien worden gemaakt. Bovendien biedt de combinatie van caudografie met CT-onderzoek de mogelijkheid om de relatie tussen de zenuwstructuren en het bot te beoordelen. In het (recente) verleden was de caudografie het onderzoek van eerste keus. Inmiddels wordt het altijd minder toegepast, omdat meestal de CT scan of de MRI scan reeds tot de diagnose hebben geleid.




