Stenose en kanaalstenose!
Hoewel een vernauwing theoretisch op elk niveau kan voorkomen, zijn voor de praktijk alleen de halswervelkolom en de lendenwervelkolom van belang. In de nek is er meestal sprake van een vernauwing tussen de 4e en 7e nekwervel, onder in de rug meestal tussen de 2e of 3e en de 5e lendenwervel. In de nek vindt door de vernauwing druk op het ruggenmerg plaats. Het ruggenmerg loopt naar beneden niet verder door dan de eerste lendenwervel; daaronder is er alleen nog sprake van een bundel zenuwvezels, de paardenstaart of cauda equina. Deze zenuwwortels worden door een vernauwing in de onderrug bekneld.
Klachten en verschijnselen
De klachten bij vernauwing van het wervelkanaal in de nek en bij vernauwing onder in de rug zijn verschillend:- vernauwing in de nek. Doordat druk op het ruggenmerg plaatsvindt kunnen verschijnselen zowel aan de armen als aan de benen optreden. Vaak is er sprake van doofheid of prikkelende gevoelens, machteloosheid of een onzekere gang. Soms treden prikkelingen op bij sterk voor-, of achterover buigen van het hoofd, omdat daarbij de ruimte rond het ruggenmerg in het wervelkanaal nog verder verkleind wordt.
- vernauwing onder in de rug. Onder in de rug lopen alleen nog de zenuwwortels naar alle twee benen. De verschijnselen worden veroorzaak door druk hierop en kunnen daardoor erg lijken op die van een hernia. Meestal is er sprake van pijn in alle twee benen, dikwijls optredend of verergerend bij lopen. De klachten lijken daardoor op die welke ontstaan bij een vaatvernauwing van de bloedvaten in de benen (zgn. etalageziekte). Bij lopen treedt pijn op, soms ook een doof gevoel en / of krachtsvermindering. In rust, vooral in wat gebukte houding, hurkend of zittend, verdwijnt de pijn dan weer vrij snel. Dit komt omdat juist bij lopen de kromming in de wervelkolom (de lordose) toeneemt en daardoor de ruimte in het wervelkanaal afneemt. Bij bukken of hurken wordt de vernauwing juist weer wat minder.
De vernauwing
Slijtage of degeneratie van de wervelkolom is een normaal proces dat bij iedereen in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Bovendien hebben sommigen van zichzelf een nauwer wervelkanaal dan anderen. Tijdens het slijtageproces vindt verdikking plaats van de banden (ligamenten) tussen de wervels. Daarnaast treedt vergroting (verbreding en afplatting) op van de kleine tussenwervelgewrichtjes, die dakpansgewijs aan de achterzijde de verbinding tussen de wervelbogen vormen. Hierdoor wordt de ruimte voor de zenuwwortels steeds kleiner, vooral in het gootje waar de zenuwwortels het wervelkanaal verlaten. Soms draagt een uitsteken van de tussenwervelschijf nog wat aan de vernauwing bij.Stellen van de diagnose
Om aan te tonen dat de klachten inderdaad veroorzaakt worden door een vernauwing moet verder onderzoek gebeuren. Er zijn 3 soorten onderzoek die hiervoor in aanmerking komen:- CT scan. Dit onderzoek is in de regel onvoldoende en verschaft slechts bij uitzondering genoeg informatie.
- Contrastonderzoek van het wervelkanaal (caudografie), lees meer over Stenose en kanaalstenose!




