Remmende medicatie bij multiple sclerose
Interferon (Avonex, Betaferon en Rebif) en Copaxone
Eén van de onderwerpen die tijdens het verpleegkundig spreekuur dikwijlsbesproken wordt is de keuze voor aanvalsverminderde medicatie: Interferon (Avonex, Betaferon en Rebif) of Copaxone. Veel mensen hebben vragen over de verschillen en overeenkomsten van het gebruik van deze medicatie. Daarnaast geven mensen aan het moeilijk te vinden om de medicatie te gaan gebruiken. Ten eerste omdat het medicijn geïnjecteerd moet worden. Daarnaast omdat het resultaat dikwijlsniet direct zichtbaar is en er wel bijwerkingen kunnen optreden. Het is daarom belangrijk om goed voorgelicht te zijn. Het kan u helpen een keuze te maken om medicatie te gaan gebruiken en zo ja, welke. Zeker omdat het medicijn voor langere tijd gebruikt wordt.
Wat zijn Interferon (Avonex, Betaferon en Rebif) en Copaxone?
Interferon (Avonex, Betaferon en Rebif) en Copaxone zijn aanvalsverminderende medicatie. Uit verschillende onderzoeken is bewezen dat de kans op het aantal terugvallen kleiner wordt met ongeveer 1/3. Dit betekent dat wanneer iemand drie terugvallen zou krijgen in 1 jaar, bij het gebruik van deze medicatie dit twee terugvallen zouden zijn. De periode tussen twee terugvallen wordt verlengd en de resterende terugvallen zijn niet zo veel ernstig van aard. Het medicijn kan de ziekte dus helaas niet genezen en van aanwezige klachten mag geen verbetering verwacht worden.
Hoe werken Interferon (Avonex, Betaferon en Rebif) en Copaxone?
Multiple Sclerose is een ziekte van het centrale zenuwstelsel. In het centrale zenuwstelsel bevinden zich zenuwcellen. Het myeline is een beschermende laag die zich rondom de zenuwcellen bevindt. Bij Multiple Sclerose treden er ontstekingshaardjes op in de myeline en er treedt afbraak van het myeline op. De oorzaak hiervan is niet bekend maar men denkt dat het immuunsysteem (afweersysteem) hier een centrale rol bij speelt. Men vermoedt dat het lichaamseigen myeline wordt aangezien voor lichaamsvreemd en daardoor wordt afgebroken.
Interferon
Wanneer het immuunsysteem actief is produceert het lichaam zelf interferonen. Dit zijn eiwitten die een remmende of stimulerende invloed hebben op de ontsteking. Interferonen uit de betagroep blijken bij MS een remmende werking te hebben op de aanwezige ontstekingen in het centrale zenuwstelsel. Dit geldt zowel voor Betaferon (interferon beta-1b) als voor Avonex en Rebif (interferon beta-1a).
Copaxone
Copaxone beschermt de myelinelaag rondom de zenuwen. Deze beschermende effecten worden uitgevoerd door specifieke cellen van het afweersysteem die door Copaxone geactiveerd worden. De aanwezigheid van deze Copaxone-specifieke cellen in het centrale zenuwstelsel helpt om de chronische ontstekingen daar te voorkomen en te verminderen, hierdoor wordt beschadiging van de myeline voorkomen. Ondanks dat u behandeld wordt met Interferon of Copaxone is het mogelijk om een terugval te krijgen. Deze terugvallen kunnen, indien dit nodig is, behandeld worden met methylprednisolon.
Wie komen in aanmerking voor Interferon en Copaxone?
Zowel Interferon (Avonex, Betaferon en Rebif) als Copaxone zijn geregistreerd voor de mensen met de relapsing-remittingvorm van MS (de MS-vorm met periodes van terugval en herstel) U moet dan aan de volgende voorwaarden voldoen:
- U heeft minimaal 1 jaar de diagnose MS
- U heeft de laatste twee jaar tenminste twee duidelijke terugvallen gehad
- U kunt enkele tientallen meters lopen zonder hulp of rust
- U bent 18 jaar of ouder
Betaferon (Intereferon beta 1b) is ook geregistreerd voor de secundair progressieve vorm van MS (de MS-vorm waarbij men ook tussen de aanvallen door langzaam achteruit gaat).
Bijwerkingen
Bij alle vormen van Interferon en bij Copaxone kunnen bijwerkingen voorkomen, dit hoeft dus niet! De meest voorkomende bijwerkingen zullen lees verder



