Blaasklachten komen zeer veel voor bij MS-patiënten
Blaasproblemen komen bij ongeveer 75 procent van alle mensen met MS voor. Dit hoge percentage komt voort uit het feit dat de functie van de blaas bestuurd wordt vanuit drie van mekaar verwijderd gelegen zenuwcentra: één centrum ligt in de voorste hersenkwabben, het tweede ter hoogte van de overgang van het merg en de hersenen, het derde in het laagste ruggenmerggedeelte. Die drie centra zijn onderling verbonden met lange zenuwbanen die een grote kwetsbaarheid vertonen en dikwijls worden aangetast door sclerosehaarden. Het meest komt de drang tot plassen voor; dit vindt overdag maar ook ’s avonds plaats, waardoor de nachtrust onderbroken wordt. De oorzaak hiervan is dat de blaas niet genoeg geledigd wordt gedurende het plassen, zodat er reeds spoedig weer aandrang ontstaat. Bij het plassen wordt eerst de sluitspier geopend en direct daarna wordt de blaasspier, samen met de buikspieren, aangespannen om de urine uit de blaas te drukken. Wanneer deze twee spieren niet goed samenwerken, wordt of de blaas niet helemaal geleegd of de sluitspieren kunnen hun werk niet goed doen en er ontstaat incontinentie. Bij het niet goed kunnen uitplassen waardoor er een residu achterblijft in de blaas, is het risico latent present dat er een blaasontsteking ontstaat. In uitzonderlijke gevallen kunnen deze blaasproblemen de eerste tekenen zijn van de ziekte, maar over het algemeen krijgen mensen met MS pas na langere tijd problemen met de blaas. Daartegenover staat dat deze storingen van lees meer over Blaasklachten komen zeer veel voor bij MS-patiënten




