De diagnose en prognose van MS, een moeilijke opgave!
Diagnose
Het is heel moeilijk om aan de hand van de klachten van een patiënt de diagnose MS te stellen. De grilligheid van de ziekte speelt hierbij een grote rol. Iemand kan klachten hebben zonder dat de dokter afwijkingen kan vaststellen. De onderzoeken als bij het hersenvocht (ruggenprik) of de MRI-scan kunnen een normaal beeld laten zien. De diagnose van MS moet dan ook gesteld worden op basis van een combinatie van gegevens. De neuroloog moet verschillende hulpmiddelen tot zijn of haar beschikking hebben om tot een diagnose te kunnen komen. Er zal eerst een neurologisch onderzoek plaatsvinden, waarbij de neuroloog aan de hand van onderzoeken afwijkingen in het centrale zenuwstelsel opspoort. Wanneer de neuroloog vermoedt dat het eventueel om MS zou kunnen gaan, zal er een ruggenprik gedaan worden en een MRI-scan gemaakt worden. In het hersenvocht uit de ruggenprik kunnen afwijkingen worden gevonden die op MS zouden kunnen duiden (resten van een ontsteking). Met behulp van de MRI-scan kan men de littekens en de ontstekingen in de hersenen en het ruggenmerg opsporen. Daarnaast zijn er nog tal van andere onderzoeksmethoden waarmee afwijkingen in het centrale zenuwstelsel gezien kunnen worden. De neuroloog zal niet altijd met zekerheid de diagnose kunnen stellen. Het kan zijn dat de patiënt niet aan alle hiervoor aangegeven regels voldoet, in dat geval zal de tijd uit moeten wijzen of het daadwerkelijk om MS gaat.
Prognose
Het geven van een prognose bij MS is heel moeilijk omdat het niet eenvoudig is van het begin af aan vast te stellen om welke beloopsvorm het gaat. Dat maakt het informeren van de neuroloog naar de patiënt niet makkelijker op. De beloopsvorm zal pas blijken in de jaren na het optreden van de eerste verschijnselen van het ziektebeeld. Komen er momenten voor van verslechtering en verbetering, de zogenaamde relapsing-remittingvorm, lees verder




