Praten over longkanker
Meestal is het de longarts die u vertelt longkanker te hebben. Dat is een enorme schok. Het is mogelijk dat u dit bericht zag aankomen en daar reeds een beetje op was voorbereid door de arts. Soms wordt voordat alle uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, verteld dat er een behoorlijke mogelijkheid is dat u longkanker heeft. Het kan ook zijn dat het bericht totaal onverwacht komt. Er zijn longkankerpatiënten die zich helemaal niet ziek voelen en voor wie het heel moeilijk is om deze diagnose te aanvaarden. De longarts zal u vertellen wat voor soort longkanker u heeft en of deze is uitgezaaid in het lichaam. Dit is belangrijk om te weten voor wat voor soort behandeling zal worden gekozen. Als de kanker niet is uitgezaaid, is er een behoorlijke mogelijkheid op genezing, terwijl een wel uitgezaaide kanker meestal minder goede verwachtingen heeft. De dokter zal u vertellen wat u mag verwachten van de behandeling: of er mogelijkheid is op genezing, levensverlenging en / of het verlagen van klachten. Hij zal u eerlijk informeren over uw situatie en is ook (wettelijk) verplicht om dat te doen. Als de behandeling in uw geval niet is gericht op genezing, maar op levensverlenging of verlichting van de klachten, is het vervelend om wat te zeggen over de tijd die u nog te leven heeft. Artsen weten dit ook niet precies. Heel in het algemeen over alle patienten in uw situatie is wel iets te zeggen, maar dat wil niet zeggen dat het in uw geval ook zo zal zijn. Het verschilt per patiënt. Het hangt af van de reactie van de ziekte op de behandeling en uw conditie. Artsen zijn om die reden dikwijls terughoudend in het doen van een uitspraak over de tijd die een patient nog heeft. Er zijn veel patienten die ook liever niet willen weten hoe lang ze nog te leven hebben. Dat bericht is erg hard om te horen. Vaak is het zo, dat mensen dit op het moment als ze horen longkanker te hebben, nog niet aankunnen. Meestal willen zij het in de loop van hun ziekte wel graagweten. Voor artsen is het vervelend om in te schatten of patienten wel of niets willen weten. Vooral ook omdat ze de patient nog niet goed kennen. En ook daarom houden ze zich op de vlakte. Vaak gaan ze er vanuit dat als patienten iets willen weten, ze hier wel om zullen vragen. Als u dus niets vraagt, kan het zijn dat de dokter dit opvat als dat niet wil weten. Voor veel patienten is het bericht longkanker te hebben zo ingrijpend, dat ze niet meer goed horen wat de dokter vertelt. Dat is een heel natuurlijke reactie. Meestal herhalen artsen in een volgend gesprek wat ze hebben gezegd. Als u er behoefte aan heeft, kunt daar ook om vragen. Het kan ook helpen om iemand mee te nemen naar de gesprekken met de arts, bvb uw partner, samen hoort u meer dan alleen. Ook kunt u vragen die u heeft thuis opschrijven of vragen het gesprek op een cassettebandje te mogen opnemen. Als u behandeld kunt worden en daarvoor kiest, breekt er een tijd aan waarin reeds uw bezoeken aan het ziekenhuis in het teken van de behandeling staan. Vaak is dit een drukke en intensieve tijd. Patienten ervaren het dikwijls als prettig dat ze iets kunnen doen, dat ze kunnen vechten tegen de ziekte.
De wanhoop over het slechte nieuws verdwijnt in die periode dikwijls wat naar de achtergrond. De gesprekken met de longarts gaan ook over de behandeling. Over de planning van de behandeling, de bijwerkingen en onderzoek dat moet worden gedaan. lees meer over Praten over longkanker




