Als uw longkanker niet meer kan worden behandeld
Als de longkanker niet meer reageert op de behandelingen, heeft behandelen geen zin meer. Dit heeft gevolgen voor de tijd die u nog heeft te leven. Hoe lang die tijd zal zijn is moeilijk te zeggen. U moet denken in in termen van maanden en soms weken.
In deze fase is het voornaamste dat u zich zo goed mogelijk voelt. De (medische) zorg is erop gericht dat u zo min mogelijke klachten heeft en u moet zelf vooral de dingen doen die u graag wilt doen. In deze fase wordt de huisarts de centrale arts. Omdat de longkanker niet meer wordt behandeld, hoeft u nauwelijks nog naar het ziekenhuis. In deze fase komt de dood heel dichtbij. Er zijn patiënten die hier (makkelijk) over praten met hun naasten en er zijn patiënten die dit moeilijk vinden. Vaak vragen patiënten en hun partners zich af hoe ze hun jonge kinderen op de naderende dood van een van hun ouders moeten voorbereiden. Over het algemeen is het het beste om daar zo open en eerlijk mogelijk over te zijn. Het is goed om na te denken over de plaats waar de patiënt de laatste periode van zijn leven zal doorbrengen. Meestal wordt de voorkeur gegeven om dit thuis te laten gebeuren. Het is goed om na te denken over hoe de zorg dan kan worden geregeld. Bespreek met uw naasten en huisarts wat de mogelijkheden zijn. In deze periode kan bezoek zowel een welkome afwisseling als een belasting zijn. Probeer het zo te regelen dat het voor de patiënt prettig en niet te belastend is. De laatste levensfase is een intensieve en emotionele tijd voor zowel de patiënt als zijn of haar naasten. Het is belangrijk dat u het allen volhoudt en niet (teveel) over uw grenzen probeert heen te gaan. Dan is de mogelijkheid op een goede periode samen het grootste.
Waarom kan de longkanker niet meer worden behandeld?
Als de longkanker niet meer reageert op de behandelingen en ondanks de behandeling doorgroeit, heeft behandelen geen zin meer. De kanker is dan resistent geworden voor de behandeling. Wanneer dit precies zal zijn, is van te voren moeilijk te zeggen. Over het algemeen kan een bepaalde plaats van het lichaam één keer worden bestraald en daarna niet meer. Dat betekent bvb als u uitzaaiingen in de hersenen heeft en deze na een bestraling terugkomen, ze op die plek niet opnieuw kunnen worden bestraald. Hoe dikwijls u kunt worden behandeld met chemotherapie verschilt en hangt vooral ook af van het soort longkanker dat u heeft. Als er ondanks de resistentie van de kanker toch zou worden behandeld, ondervindt u alleen de nadelen (de bijwerkingen) en niet de voordelen ervan. Als u niet meer kan worden behandeld zal uw longarts u daarop voorbereiden. Dat is voor veel patiënten een moeilijk bericht. En voor sommige patiënten nauwelijks te accepteren. Het kan een onverwacht bericht zijn, maar er zijn ook patiënten die zien aankomen dat behandelen niet meer gaat en het ook zelf niet meer willen. Als uw longkanker niet meer kan worden behandeld, betekent dat niet dat de artsen niets meer voor u kunnen doen. Er breekt wel een nieuwe fase aan, waarbij andere zaken dan het behandelen van de kanker een belangrijkere rol gaan spelen. Hieronder zullen wij op die fase ingaan.
Hoe lang heb ik nog?
Als de longkanker niet meer kan worden behandeld heeft dit gevolgen voor uw prognose ofwel de periode die u nog te leven heeft. Hoe lang u nog heeft, is vaak moeilijk te zeggen. Dat hangt af van uw conditie, waar en hoe uitgebreid de kanker in uw lichaam is uitgezaaid, hoe snel de kanker groeit en het verschilt ook per persoon. In het algemeen kunt u ervan uitgaan dat u niet meer in termen van jaren moet denken, maar meer in maanden of soms zelfs weken. Voor artsen is het moeilijk te voorspellen hoe lang u nog heeft. Zij zijn meestal ook heel voorzichtig met het noemen van termijnen, omdat het heel goed kan dat die voorspelling niet uitkomt en u bvb veel langer leeft. Een andere reden waarom artsen voorzichtig zijn met uitspraken over de prognose is, dat u zich er teveel op kan gaan richten en uw leven er volledig door laat bepalen. Als er een datum wordt genoemd is de mogelijkheid groot dat u er vanuit gaat dat u dan ook inderdaad zal overlijden, terwijl dit niet het geval hoeft te zijn. Of het goed is om ongeveer te weten hoe lang u nog heeft verschilt. De ene patiënt vindt het prettiger om het wel te weten. Hij kan zich erop instellen, zijn naasten voorbereiden en aan het idee wennen. De andere patiënt wil daarentegen liever niets weten, omdat hij dan het gevoel heeft met een doodsvonnis te leven. Zelfs (goed bedoelde) waarschuwingen kunnen hard zijn om te horen. Hetzelfde geldt voor de naasten van de patiënt. lees meer over Als uw longkanker niet meer kan worden behandeld




