Botontkalking of osteoporose: wanneer het kalk uit je botten verdwijnt
Botontkalking, ook bekend onder de Latijnse naam osteoporose. Osteoporose betekent letterlijk poreus bot. Het is een aandoening die bestaat uit het verdwijnen van de kalk uit het bot. Vanwege de geleidelijke, maar gestage verzwakking van de botten wordt de ziekte ook wel 'de stille ziekte' genoemd.
Wat is bot?
Bot is een weefsel in ons lichaam. Bot is opgebouwd uit een framewerk van bindweefsel (collageen) waarin calciumfosfaat is afgezet. Hierdoor verkrijgt het aan de ene kant zijn sterkte, blijft het echter ook soepel en buigzaam. Tijdens onze jeugd wordt het beenderengestel opgebouwd. In de groei is de opbouw natuurlijk sneller dan de afbraak. Tot ons 35e neemt de botmassa, de dikte van de beenderenstelsel, toe. Daarna treedt een heel langzame afbraak op doordat de opbouw de afbraak niet meer bijhoudt. Bij vrouwen wordt dit proces door de overgang versterkt. Het vrouwelijk lichaam maakt in deze levensfase niet zo veel oestrogeen aan en juist dit hormoon remt de afbraak van botweefsel. Gevolg: de botten worden niet zo veel stevig en zullen eerder breken, soms zelfs zonder dat daar een aanleiding voor is. Vooral de heupen, polsen en ruggenwervels zijn kwetsbaar. Ook verkeerde voeding, medicijngebruik en te weinig beweging kunnen botontkalking in de hand werken.
Erfelijke aanleg
Osteoporose wordt niet alleen veroorzaakt door die verminderde oestrogeenproductie, maar ook door een tekort aan calcium en vitamine D. Sinds kort weten we echter dat je ook een erfelijke aanleg voor botontkalking kunt hebben: wetenschappelijk onderzoek heeft het bestaan van zogenoemde osteoporosegenen aangetoond. Dat wil echter niet zeggen dat de ziekte niet tegengegaan kan worden door gezond te leven. Vrouwen van 28 jaar die dagelijks twee glazen melk en twee boterhammen met kaas eten maken hun botten sterker, ze bouwen een 'voorraad' op. Daardoor zullen deze vrouwen helemaal niet of veel later hinder krijgen van osteoporose, ook als ze osteoporosegenen blijken te hebben. Naast erfelijkheid zijn er nog een aantal andere risicofactoren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen wel en niet te beïnvloeden risicofactoren:
Niet te beïnvloeden risicofactoren:
- Geslacht: vrouwen hebben een grotere risico door de hormoon veranderingen in en na de overgang
- Leeftijd: hoe ouder des te meer risico
- Lichaamsbouw: kleine, slanke vrouwen hebben meer risico
- Ras: blanke en Aziatische vrouwen hebben een grotere risico
Wel te beïnvloeden risicofactoren:
- Roken: behalve alle andere negatieve lees verder



