Oorzaken van astma
We weten dat een aantal factoren een rol kunnen spelen bij het ontstaan of verergeren van de aandoening. Hieronder zullen wij een aantal van deze factoren beschrijven.
Erfelijkheid
Erfelijkheid speelt een belangrijke rol bij het wel of niet ontwikkelen van astma. In de geschiedenis van de geneeskunde werd reeds vroeg geconstateerd dat astma en allergie niet willekeurig in de bevolking voorkomen, maar dat het dikwijls 'in de familie zit'. Zo merkte Sennertus in 1650 op dat zijn vrouw, drie van haar broers en zusters en haar nicht allen leden aan astma. In 1868 vond Salter bij gemiddeld twee van de vijf patiënten met astma een familielid met astma en hij concludeerde dat dit meer is dan op basis van toeval verwacht mag worden. In 1916 publiceerden Cooke en Vanderveer een eerste grote studie. Zij vergeleken de families van 621 patiënten met enige vorm van allergie met die van een controlegroep van 68 personen. In de groep van 621 patiënten had 48,8 procent een familielid met allergie, vergeleken met 14,5 procent in de controle groep. Deze auteurs concludeerden dat erfelijkheid bijdraagt aan de ontwikkeling van allergie. Recente familiestudies bevestigen dit. In een onderzoek in Duitsland werden 6665 families van kinderen tussen de 9 en 11 jaar onderzocht. Astma, hooikoorts en allergisch eczeem bij de ouders gaf een verhoogd risico op dezelfde ziekte bij de kinderen. Ook gaf astma en allergisch eczeem bij één van de ouders een hoger risico op hooikoorts bij de kinderen. Het vóórkomen van een aandoening in bepaalde families kan worden veroorzaakt door gemeenschappelijke erfelijke factoren, maar ook door gemeenschappelijke omgevingsfactoren. Als mensen in een bepaalde omgeving opgroeien en de omgeving bepaalt de aandoening, dan lijkt het immers ook dat de aandoening in bepaalde families voorkomt, net als bij erfelijke aandoeningen. Uit tweelingenonderzoek blijkt dat de erfelijke bijdrage aan astma geschat wordt tussen de 36 en 79 %5; voor hooikoorts is dit tussen 33 en 82 %6,7 en voor atopisch eczeem 71 tot 74%.6 Hieruit blijkt dat zowel erfelijke als omgevingsfactoren een rol spelen bij het optreden van deze allergische ziektes.
Erfelijkheidsonderzoek
De erfelijke informatie bij de mens bestaat uit 22 paar chromosomen en 1 paar geslachtschromosomen. De korte arm van een chromosoom heet 'p', de lange arm 'q'. Chromosomen zijn opgebouwd uit lange strengen basenparen; in totaal zijn er 3 miljard. Een paar procent van deze erfelijke informatie bestaat uit genen. Een gen is een pakketje erfelijke informatie dat de instructie bevat om een eiwit te maken. Volgens recente schattingen heeft de mens ongeveer 30.000 tot 40.000 genen. Een variant in een gen kan leiden tot een verandering in de activiteit of hoeveelheid van het genproduct en zo leiden tot ziekte. De allergische ziekten astma, hooikoorts en atopisch eczeem worden genetisch complexe ziekten genoemd. Deze worden niet door één gen, maar door samenwerking van verschillende genen en omgevingsfactoren veroorzaakt. Tot de genetisch complexe ziekten horen frequente, dikwijls chronische ziekten als astma, hart -en vaatziekte en suikerziekte.
Allergie
Steeds meer mensen lijden tegenwoordig aan een allergie. Er wordt geschat dat vandaag de dag één op de drie kinderen geboren wordt met een allergie. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het feit dat het milieu waarin wij leven steeds schoner wordt. Voorbeelden hiervan zijn de lucht die wij inademen en het water wat wij drinken. Daarnaast treden door verbeterde vaccinatie en gebruik van antibiotica komen er steeds minder infecties voor op de jonge kinderleeftijd. Het gevolg is dat het immuunsysteem van de mens zich steeds minder hoeft inzetten tegen schadelijke stoffen uit ons milieu. Het immuunsysteem verveelt zich als lees meer over Oorzaken van astma




