Armen en handen
Onze handen en armen zijn fijngevoelige instrumenten die wij voor duizend en één dingen gebruiken. Of ze nu emoties uitdrukken, een zware boodschappentas dragen, een peuter op de arm nemen, de zeilen hijsen op een zomerse dag, schroeven indraaien gedurende het klussen of snel en krachtig uithalen gedurende een spelletje tennis, de volledige dag door assisteren ze ons bij wat wij maar willen. Het is dan ook weldadig als ze een keer mogen ontspannen en zelf geholpen worden wanneer de spieren wat overbelast dreigen te raken.
Zelfmassage: Je ledematen kan je heel goed zelf masseren Een zittende houding (op een stoel met leuning) is voor je armen het gemakkelijkst. Je laat de te masseren arm dan rusten in de schoot, of tilt hem op in de kom van je hand, terwijl je met je duim masseert. Het handige van een zelfmassage is dat je precies aanvoelt hoeveel druk prettig is. Je moet wel extra goed opletten dat je het ene deel van je lichaam ontspannen houdt, terwijl de andere helft aan het werk is. Masseer eerst de ene arm helemaal en begin daarna pas aan de andere. Laat degene die wordt gemasseerd op de rug liggen met z’n armen ontspannen langs zijn lijf en de handpalmen naar beneden. Strijk over de armen van pols naar schouder. Daar aangekomen leg je je buitenste hand om het schoudergewricht en je binnenste hand omvat de arm vlak onder de oksel. Strijk zo weer naar beneden en laat nu ook de hand tussen jouw handen doorglijden.
Zelfmassage: Je doet hetzelfde, maar dan met één hand. Omvat daarbij zoveel mogelijk de arm.
Breng de onderarm omhoog, terwijl de elleboog op het matras blijft rusten. Omvat de onderarm vlak onder de elleboog met alle twee handen en werk op die manier zachtjes knijpend naar de pols toe. Ga door over de pols en hand. Breng daarna de bovenarm omhoog tot hij haaks op het lichaam staat en laat de arm bij de elleboog knikken zodat de hand naar beneden hangt. Kneedt op dezelfde wijze van de elleboog naar de schouder.
Zelfmassage: Houd de te masseren arm gebogen, met de pols op de hoogte van je buik. Omvat met je andere hand de onderarm vlak onder de elleboog en knijp de arm tussen duim en vingertoppen. Werk zo naar beneden en ga op dezelfde manier over de pols en hand tot en met de toppen van de vingers. Masseer zo eerst de binnenkant van de onderarm en dan de buitenkant. Pak jezelf daarna vast boven de elleboog en kneed omhoog naar de schouder. Masseer weer eerst de binnenkant van de bovenarm en daarna de buitenkant.
Gebruik nu de wrijftechniek en draai rondjes met de duimen over de volledige arm. Begin vlak onder de schouder en eindig vlak boven de pols. Geef extra aandacht aan het gebied rond de elleboog, waar de pezen van de spieren richting elleboog lopen. Daar zitten vaak, zonder dat je je ervan bewust bent, gevoelige plekken die wel wat ontspanning kunnen gebruiken. Masseer dwars op de pezen met de ‘duimendraaitechniek’ (Zoals beschreven in het hoofdstuk massagetechnieken onder het kopje ‘wrijven’.)
Zelfmassage: Doe eigenlijk hetzelfde, maar dan met één hand. Masseer eerst de buiten- en dan de binnenkant van de arm.
Leg een hand in jouw linkerhand en masseer met wrijvende bewegingen van de rechter duim de palm van de hand. (Andersom voor linkshandigen.) Eerst de muis van de hand, dan de vlezige buitenkant, daarna het middendeel en ten slotte de kussentjes onder de vingers.
Zelfmassage: Als je een stoel met armleuningen hebt, steun dan met de elleboog van de hand die je gaat masseren op de leuning en leg de hand met de palm naar boven in je andere hand. Houd de duim van je actieve hand boven op, zodat je daarmee kunt masseren. Heb je geen armleuning, laat dan je bovenarm van de hand die je gaat masseren recht langs je lichaam omlaag hangen, zodat je alleen je onderarm en hand hoeft te tillen.
Draai de hand om en masseer met de duim zachtjes de spanning los tussen de handwortelbeentjes aan de buitenkant van de hand. Vooral in het driehoekje tussen het bot van de duim en dat van de wijsvinger, zit dikwijls spanning. Masseer om de beurt iedere vinger vanaf de hand naar de vingertop, door ze tussen duim en wijsvinger te wringen terwijl je er zachtjes aan trekt.
Benen en voeten
Voeten torsen ons volledige gewicht en dikwijls niet eens in de meest ideale schoen. Toch worden ze dikwijls wat verwaarloosd. Als je veel moet staan voor je werk, een middag door de stad hebt geslenterd, of een fikse wandeling in de benen hebt, dringt wel dikwijls tot je door hoe moe benen en voeten zijn. Van een massage kan je dan echt bijkomen. Want als je voeten weer ‘fit’ en ontspannen zijn, ben je dat zelf meestal ook. En voor reeds die mensen met koude voeten, helpt een massage de doorbloeding ook direct weer op gang komen. De te masseren persoon ligt op zijn buik. Leg een opgerolde handdoek onder zijn wreven. Strijk over het been van de enkels naar de heupen en laat op de terugweg je handen over de voeten heen van het lichaam afglijden.
Zelfmassage: Ga op de grond zitten en trek de knieën iets op. In deze houding kan je zowel bij de kuiten als de dijen. Kneed kuiten en dijen, maar sla het kwetsbare deel aan de achterkant van de knie over. Wring het been overdwars van enkel tot bil.
Zelfmassage: In plaats van wringen, kan je het gebied rond de knie en enkel masseren door met de vingertoppen kleine rondjes te draaien terwijl je druk uitoefent.
Extra: De voorkant van het been is in dezelfde drie stappen te masseren wanneer iemand op z’n rug ligt. Masseer dan niet op, maar naast het scheenbeen en niet op, maar om het knie- en enkelgewricht. Eindig telkens voor je de lies bereikt. Leg je handen aan de buitenkant en de binnenkant om een voet heen met de vingers op de wreef en de duimen op de voetzool. Geef enige druk en strijk op die manier richting tenen.
Zelfmassage: De beste houding is zittend op een stoel. Leg een voet over je been, vlak boven de knie.
Kneed nu de voet. Begin bij de hiel, ga dan naar de buitenkant van de voet, de bal van de voet, de voetholte en kneed ten slotte iedere teen tussen duim en wijsvinger. Masseer de zool van de voet ten slotte met drukkende draaibewegingen van de duimen. Vooral in de voetholte kunnen gevoelige punten liggen. Verminder daar de druk tot een dragelijk niveau.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




