Hoe stelt men de diagnose?
De diagnose stelt men op basis van het klachtenpatroon van de patiënt. Een speciale test voor de diagnose van cervicogene hoofdpijn is er niet.
Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?
Voor de behandeling worden zenuwblokkades gebruikt. Het resultaat is wisselend en wetenschappelijk is de waarde nog niet bewezen. Pijnstillers en TENS worden ook met wisselend succes toegepast.
Cluster hoofdpijn
Wat is clusterhoofdpijn?
Clusterhoofdpijn is een zeldzame, maar wel ernstige hoofdpijn die vroeger Hortonse neuralgie werd genoemd.
Klachten/ verschijnselen
Clusterhoofdpijn komt voornamelijk voor bij mannen. Het komt voor in aanvallen van ½ tot 3 uur, die enkele maken per dag kunnen optreden. Deze aanvallen treden dikwijls op gedurende bepaalde perioden (clusters). Buiten deze periode is de patiënt klachtenvrij. Tijdens een aanval is er een zeer hevige, borende pijn rondom of achter één oog. Vaak gaat de pijn gepaard met verschijnselen als een rood, tranend oog, verstopte neus of loopneus, zwetend voorhoofd, nauwe pupil, hangend ooglid, of gezwollen ooglid. De hoofdpijn is dikwijls zo hevig dat de patiënt drang krijgt om te lopen: soms slaat de patiënt letterlijk 'met zijn hoofd tegen de muur'. Aanvallen kunnen worden uitgelokt door het drinken van alcoholische dranken, of lage luchtdruk (vliegreizen). Een kleine groep patiënten heeft een chronische vorm, waarbij de aanvallen eigenlijk niet meer wegblijven.
Oorzaken
De oorzaak van clusterhoofdpijn is onbekend. Erfelijke factoren lijken een rol te spelen.
Hoe stelt men de diagnose?
Het klachtenpatroon is zó typisch dat men op basis daarvan de diagnose kan stellen. Meer onderzoek (hersenscans, bijv.) is niet nodig.
Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?
De behandeling van clusterhoofdpijn bestaat ongeveer altijd uit een combinatie van preventieve middelen en middelen die een aanval behandelen. Verapamil is een van de effectiefste preventieve middelen. Andere preventieve middelen zijn methysergide, pizotifeen, flunarizine, prednison, en lithium. Als aanvalsbehandeling komen in aanmerking inhalatie met zuurstof, sumatriptan-injecties (tabletten werken te langzaam). In sommige gevallen wordt een zenuwblokkade uitgevoerd (ganglion sphenopalatinum-blokkade), maar de waarde hiervan is nooit wetenschappelijk aangetoond.
Aangezichtspijn
Wat is aangezichtspijn?
Aangezichtspijn of 'trigeminusneuralgie' is een aandoening van de aangezichtszenuw ('nervus trigeminus')
Klachten/ verschijnselen
Patiënten met trigeminusneuralgie hebben hinder van zeer hevige, korte pijnscheuten op een bepaalde plaats in het aangezicht. Vaak zit dit aan de mondhoek of neusvleugel. Soms wordt het beschreven als elektrische schokken, soms als een steek met een gloeiende naald. De scheuten kunnen uitgelokt worden door kauwen, spreken, of slikken. Het is niet ongewoon dat trigeminusneuralgie leidt tot gewichtsverlies omdat de patiënt doodsbenauwd is om te eten. Ook kunnen er gevoelige plekken op het gelaat zijn, die bij minder harde aanraking aanleiding tot pijnscheuten kunnen geven ('triggerpoints'). De pijnscheuten komen dikwijls in een periode voor, waarna zij een tijd wegblijven. Sommige mensen hebben maar enkele van dergelijke perioden in hun volledige leven, sommigen hebben veel meer last.
Oorzaken
Trigeminusneuralgie wordt veroorzaakt door een overprikkeling van de aangezichtszenuw. In de meeste gevallen wordt voor de overprikkeling geen oorzaak gevonden. Soms is de oorzaak een tumor of een infectie (zoals bij Multipele Sclerose). De meest voorkomende oorzaak is, naar men aanneemt, een abnormale slinger in een ader dat over de zenuw heen ligt en er tegenaan drukt.
Hoe stelt men de diagnose?
De diagnose stelt men op basis van het klachtenpatroon van de patiënt. Na het stellen van de diagnose wordt wel dikwijls een MRI scan van de hersenen gemaakt om uit te sluiten dat een tumor de klachten veroorzaakt. Denkt men aan een abnormaal bloedvat, dan kan ook een vaat-onderzoek gedaan worden.
Wat zijn de behandelingsmogelijkheden?
In het algemeen kan men de pijn bij trigeminusneuralgie goed behandelen met middelen tegen epilepsie. Men neemt aan dat de middelen de prikkelbaarheid van de aangezichtszenuw verminderen. Veelgebruikte middelen zijn carbamazepine en oxcarbazepine. Soms wordt ook baclofen gegeven. In hardnekkige gevallen kan de aangezichtszenuw met warmte verdoofd worden (ingreep volgens Sweet). Ook wordt wel het abnormale ader in de hersenen geopereerd (ingreep volgens Janetta).
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief




