Symptomen en complicaties
De belangrijkste symptomen van een pneumothorax zijn:
- plotselinge heftige, stekende pijn in de thorax;
- benauwdheid, die na enkele uren minder wordt;
- soms cyanose (blauwzucht);droge prikkelhoest die soms pijnlijk is.
De beste manier om een pneumothorax vast te stellen is door middel van klassiek röntgenonderzoek. Men maakt dan foto's in inspiratie- en expiratiestand. Het maken van scans is in het algemeen niet nodig.
Complicaties
De belangrijkste complicaties die bij pneumothorax kunnen optreden zijn:
- spanningsverschijnselen;
- exsudaatverschijnselen;
- dubbelzijdige pneumothorax;
- recidiverende pneumothorax.
Spanningsverschijnselen
Deze verschijnselen treden op als de intrapleurale druk verhoogd is. De symptomen hiervan zijn:
- ernstige benauwdheid;
- angst;
- heftig transpireren;
- bleekheid, cyanose
- ten slotte: vaatcollaps.
Exsudaatverschijnselen
Kleinere exsudaten in de pleuraholte komen nogal eens voor (in 20 tot 30 procent van de gevallen), grote exsudaten (meestal het gevolg van een bloeding) zijn gelukkig zeldzaam. Men noemt deze laatste toestand hemopneumothorax.
Behandeling
De behandeling van de pneumothorax is gericht op een snelle en blijvende ontplooiing van de samengevallen long met zo gering mogelijke schade voor de longfunctie. Bij een kleine ongecompliceerde pneumothorax voert bedrust in de meeste gevallen tot ontplooiing van de long. Hierbij ligt de patiënt geheel plat in bed met alleen onder het hoofd een klein kussentje. Bij eventuele zijligging mag de patiënt alleen op de gezonde kant liggen. Een kleine restpneumothorax staat mobilisering niet in de weg. Werkhervatting wordt echter uitgesteld tot de longröntgenologisch volledig is ontplooid. Wanneer de long volledig of ongeveer volledig is samengevallen, kan de ontplooiing aanzienlijk versneld worden door een zuigdrainage aan te brengen. Zuigdrainage is onontbeerlijk bij spanningsverschijnselen. Zij kan eventueel gecombineerd worden met een pleuraprikkelende stof (bijvoorbeeld talkpoeder) in de pleuraholte. Deze procedure wordt ‘plakken' genoemd. De talk wordt verstoven via een troicart (holle naald); direct daarna wordt zuigdrainage aangelegd. Deze procedure veroorzaakt een steriele pleuritis. Als de long dan ontplooit door de zuigdrainage verkleven de alle twee pleurabladen en kan - eigenlijk - geen nieuwe pneumothorax meer ontstaan. Een hemopneumothorax vereist steeds een snelle verwijdering van bloed en stolsels uit de thoraxholte. Bij aanwezigheid van stolsels worden fibrine-oplossende enzymen of preparaten in de thorax ingespoten om zwoerdvorming tegen te gaan. Als de bloeding blijft doorgaan, zal de chirurg besluiten tot het openen van de borstholte teneinde de stolsels te kunnen verwijderen en de plaats van de bloeding te verzorgen.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



