Diagnose
De diagnose wordt gesteld op grond van:
- Het klinische beeld.
- Auscultatie en percussie van de thorax.
- Thoraxfoto: de ontstekingsreactie is contrastrijk voor röntgenstralen en is goed te zien ten opzichte van het luchthoudende longweefsel. Op de thoraxfoto is een lobaire pneumonie herkenbaar: een longkwab is in zijn geheel ontstoken (soms meerder longkwabben), of een bronchopneumonie is herkenbaar: een luchtpijptak met omliggend weefsel is ontstoken. Hoe meer longweefsel is ontstoken des te ernstiger / acuter het ziektebeeld. Vooral een lobaire pneumonie kan zeer heftig verlopen (risicogroepen: kinderen, bejaarden)
- Sputumonderzoek: microscopisch onderzoek en kweek voor de diagnose micro-organisme met antibiogram (gevoeligheid voor antimicrobiële middelen). Het sputum moet worden afgenomen voordat met antibiotica is begonnen en anders moet dit op het formulier worden vermeld.
- Bloedonderzoek: BSE: is dikwijls verhoogd – Leucocytose, toename van witte bloedcellen (eventueel differentiatie). – CRP bepaling: CRP is een eiwit dat in het bloed present is gedurende acute ontstekingen. – Serologisch onderzoek (in verband met de diagnostiek legionella, chlamydia en myoplasma) De uitslag is echter pas na weken bekend.
- Urine onderzoek: urinesneltest voor legionella.
Behandeling
In de behandeling neemt antimicrobiële medicatie (antibiotica/chemotherapeutica) een belangrijke plaats in. Er wordt ook direct na het stellen van de diagnose begonnen, ook reeds is de verwekker nog niet bekend. Er wordt afgegaan op het ontstaansmoment van de pneumonie:
- Bij een CAP zijn meestal de streptococcus pneumoniae, Mycoplasma pneumoniae, Haemophilus influenzae, Staphylococus aureus, Legionella pneumophila of myobacterium tuberculosis betrokken.
- Bij een noscomiale pneumonie kunnen de Enterobacter-soorten: Klebsiella pneumoniae, Pseudomonas aeruginosa, Escherichiacoli, staphylococcus aureus en anaërobe bacteriën de verwekkers zijn.
- Bij drugsgebruikers met longontsteking is dikwijls de staphylococcus betrokken.
- Bij bejaarden heeft men dikwijls te maken met de streptococcus pneumoniae, net als bij een hypostatische pneumonie.
- Bij patiënten met COPD is de Haemophilus influenzae (meestal als vaste bewoner van de luchtwegen) nogal eens betrokken, evenals de Streptococcus pneumoniae.
- Bij aids-patiënten zijn de Pneumocystic carinii, het Cytomegalievirus (CMV), de Myobacterium tuberculosis betrokken.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:www.nederland-davos.nl)
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



